Sinds 1 april 2011 geldt in Nederland de verplichting om voor elke opvarende een goedgekeurd reddingsvest aan boord te hebben. Dat klinkt overzichtelijk, maar de volledige basisuitrusting voor een recreatievaartuig is een stuk uitgebreider. Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) legt vast wat minimaal aanwezig moet zijn, afhankelijk van het type vaarwater en de afmetingen van je boot.
Verplichte veiligheidsmiddelen
De kern van elke uitrusting bestaat uit een beperkt maar essentieel pakket. Reddingsvesten staan bovenaan: per persoon aan boord moet er één zijn, goedgekeurd conform ISO 12402. Voor snelle motorvaartuigen geldt daarnaast de extra eis dat de bestuurder het vest draagt wanneer hij staand stuurt. Een brandblusser met minimaal 2 kilogram inhoud is eveneens verplicht, net als geluidsseinen (een fluit of scheepshoorn) voor communicatie in mist of noodgevallen.
Navigatieverlichting vormt een aparte categorie. Zodra je bij verminderd zicht of 's avonds vaart, moeten boordlichten correct branden: groen stuurboord, rood bakboord en een toplicht of heklicht afhankelijk van het vaartuigtype. Controleer de batterijen of bedrading voor vertrek.
Anker en touwwerk
Een anker met voldoende ankerlijn is verplicht voor vrijwel alle recreatievaartuigen. De vuistregel is dat de lijnlengte minstens vijf maal de maximale waterdiepte in je vaargebied bedraagt. Op de Randmeren of het IJsselmeer, waar diepten tot 4 of 5 meter normaal zijn, heb je dus al snel 25 meter lijn nodig. Gebruik bij voorkeur een combinatie van ketting (minimaal 1 meter, dempt schokken) en nylon lijn (absorbeert ruk bij wind of golven).
Naast het anker horen vast- en afmeerlijnen tot de basisuitrusting. Minimaal twee stevige lijnen van elk 8 tot 10 meter, met een lus aan één uiteinde, zijn in de praktijk het minimum. Stootwillen (fenders) zijn niet wettelijk verplicht maar worden door iedere jachthaven ter plekke verwacht.
Communicatie en noodsignalen
Op de meeste binnenwateren is een marifoon (VHF-portofoon) niet verplicht voor recreanten, maar in de praktijk onmisbaar. Kanaal 10 is het standaardkanaal voor recreatievaart op rijkswateren; brugbediening en sluiswachters zijn er altijd bereikbaar. Een waterdicht hoesje of vaste marifoon beschermt het apparaat bij regen of een golf.
| Onderdeel | Verplicht (BPR) | Sterk aanbevolen |
|---|---|---|
| Reddingsvest | Ja, 1 per persoon | Automatisch opblaasvest (ISO 150N+) |
| Brandblusser | Ja, min. 2 kg | Extra blusser in machinekamer |
| Anker + lijn | Ja | Reserveanker bij zeilvaartuigen |
| Navigatieverlichting | Ja (bij nacht/mist) | LED-verlichting (lager stroomverbruik) |
| Geluidsseinen (fluit/hoorn) | Ja | Scheepshoorn op luchtdruk |
| BPR-exemplaar | Ja | Digitale versie via officiële app |
| Marifoon VHF | Nee (binnenwater) | Ja, kanaal 10 standaard |
| Eerste hulpset | Nee | Ja, waterdichte EHBO-tas |
| Stootwillen | Nee | Ja (minimaal 2 per zijde) |
Eerste hulp en persoonlijke veiligheid
Een EHBO-set is wettelijk niet verplicht voor recreatievaartuigen onder 15 meter, maar bij een dagtochtje op open water is er geen ambulance die in vijf minuten ter plekke is. Een waterdichte kit met pleisters, zwachtels, een koud-kompres en pijnstillers kost weinig ruimte en is in geval van een valpartij of snijwond meteen bruikbaar. Bewaar de set op een vaste, bekende plek voor iedereen aan boord.
Niet vergeten: een goede zaklamp of hoofdlamp (bij voorkeur waterdicht IPX7) en extra batterijen. Bij motorpech in het donker of bij een snel opkomende bui is zichtbaarheid letterlijk levensreddend.
Actueel en compleet houden
Uitrusting heeft een houdbaarheidsdatum. Reddingsvesten met automatische inflator moeten jaarlijks worden gecontroleerd. Brandblussers verlopen na vijf jaar of als de drukmeter in het rode vlak staat. Noodraketten (voor vaart op zee) zijn na vier jaar verlopen. Plan elk voorjaar een kwartier om je uitrustingslijst langs te lopen voor het eerste uitje. Zo vaar je met vertrouwen het nieuwe seizoen in.