Stel: u wilt een lading staal van Rotterdam naar het Ruhrgebied vervoeren. Via welke rivier gaat u dan? Het antwoord lijkt vanzelfsprekend, maar de werkelijkheid is gevarieerder. Nederland beschikt over ruim 5.000 kilometer vaarweg, en de keuze voor een route hangt af van diepgang, breedte, sluis- en brugclearance en de eindbestemming. Een vergelijking van de vier grote rivieren helpt bij die afweging.
Hoe verhoudt de Waal zich tot de andere rivieren?
De Waal neemt ruwweg 65 procent van het Rijnwater op bij het Duitse Lobith, waar de Rijn Nederland binnenkomt. Dat maakt de Waal meteen de grootste en diepste Rijntak. Met een gemiddelde breedte van 260 tot 340 meter en een toegestane diepgang van 3,50 tot 4,00 meter (afhankelijk van het waterpeil) kunnen de grootste Europese duwvaartkonvooien probleemloos door. Op de Waal passeert jaarlijks circa een derde van alle Nederlandse binnenvaarttonnen. Op Europese schaal is de Waal het drukst bevaren riviertraject van het continent.
In 2022 bedroeg het totale goederenvervoer op de gehele Rijn, van Bazel tot de Noordzee, 292 miljoen ton. Nederland neemt als doorvoerland het leeuwenaandeel: Rotterdam is het beginpunt van de meeste Rijnvaartladingen richting Duitsland, Zwitserland en verder het continent op.
Wat onderscheidt de Maas van de Rijn?
De Maas stroomt vanuit Frankrijk en Belgie Nederland binnen bij Eijsden en mondt na een traject van circa 264 kilometer uit bij Gorinchem in de Boven-Merwede. Qua dimensie is de Maas kleiner dan de Waal: de toegestane scheepslengte op de ongekanaliseerde Maas bedraagt 110 meter, met een breedte van maximaal 11,45 meter voor de meeste sluizen. Dat beperkt de inzet van grote duwvaartformaties.
Toch heeft de Maas grote logistieke waarde. Voor de bulkchemie en de agrarische sector in Noord-Brabant en Limburg is zij de primaire aanvoerroute. Havens als Venlo, Roermond en Den Bosch profiteren direct van de Maas-verbinding. Bovendien verbindt de Maas Nederland met de Waalse en Vlaamse industriegebieden, wat haar belang voor internationaal vervoer onderstreept.
Hoe scoort de IJssel?
De IJssel ontvangt circa 10 procent van het Rijnwater bij Arnhem en loopt noordwaarts naar het IJsselmeer. Voor de binnenvaart is de IJssel minder geschikt voor zwaar vrachtvervoer: de diepte varieert sterk met het seizoen en het debiet, en sluizen zoals die bij Deventer beperken de scheepsafmetingen. Toch speelt de IJssel een rol voor de regionale distributie in Gelderland en Overijssel, en voor de droge bulkladingen die voor Kampen, Zwolle of Deventer bestemd zijn.
Vergelijking: vier rivieren naast elkaar
| Rivier | Lengte NL (km) | Max. scheepslengte (m) | Drukst bevaren segment | Hoofdlading |
|---|---|---|---|---|
| Waal | 82 | 135 (duwvaart tot 270) | Nijmegen - Gorinchem | Containers, droge bulk, chemie |
| Rijn/Niederrijn/Lek | ca. 150 | 135 | Lobith - Gorinchem | Droge bulk, stukgoed |
| Maas | 264 | 110 (gekanaliseerde delen tot 135) | Maasbracht - Gorinchem | Agri-bulk, bouwmaterialen |
| IJssel | 125 | 86 (deels) | Arnhem - Deventer | Regionale bulk, zand/grind |
Welke rivier past bij welke lading?
Containers en grote bulkladingen richting Duitsland en Zwitserland vinden hun weg via de Waal: geen sluizen, groot vaarwater, directe verbinding met de Rijn. Voor bestemmingen in Zeeland of de Vlaamse havens biedt de Schelde-Rijnverbinding een alternatief. Ladingen voor het oosten van Brabant of Limburg gaan via de Maas. Wie zand of grind voor Zwolle of Deventer vervoert, neemt de IJssel. Een slimme verlader kijkt dus niet alleen naar de rivier zelf, maar naar het sluizenplan, de actuele waterdiepte en de ligging van de eindbestemming.