Ga naar inhoud
Geschiedenis

De geschiedenis van de vuurtoren

Van brandstapel op rotsen tot geautomatiseerd lichtbaken: de vuurtoren heeft duizenden jaren zeelui de weg gewezen

Door Marit Jansen · Maritiem historica 4 min lezen
De Brandaris vuurtoren op Terschelling bij avondlicht met de Waddenzee op de achtergrond

Mist hangt laag boven de Waddenzee. Een brik nadert de kust van Terschelling in het donker van een oktobernacht, de schipper tuurt naar de horizon. Dan verschijnt het: een regelmatige lichtflits, hoog boven het duinlandschap. De Brandaris. Wat die toren vertegenwoordigt, gaat veel verder dan steen en lamp, het is het einde van eeuwen zoeken naar een oplossing voor de meest gevreesde alinea van de zeevaart: het niet weten waar u bent.

De Pharos van Alexandrië: het begin

De vroegst bekende vuurtoren in de geschiedenis stond op het eiland Pharos, voor de kust van Alexandrië in Egypte. Sostratos van Knidos liet hem bouwen in opdracht van Ptolemaeus I Soter, ergens tussen 297 en 283 voor Christus. De toren was naar schatting 120 tot 140 meter hoog en gold in de Oudheid als een van de zeven wereldwonderen. Het woord voor vuurtoren in meerdere Romaanse talen, het Spaanse en Italiaanse faro en het Franse phare, stamt direct af van die eilandnaam.

De lichtbron bestond uit een houtvuur op de top, versterkt door een spiegel van gepolijst brons die het licht richting zee reflecteerde. Schepen die Alexandrië binnenvoeren konden hem van ver in zee zien. Na aardbevingen in de 14e eeuw raakte de Pharos definitief in verval en verdween uiteindelijk in de Middellandse Zee.

Vuren, torens en vroege lichten in Europa

Tijdens de Romeinse expansie bouwden de legioenen vuurtorens langs de kusten van Gallië en Brittannië. De Torre de Hércules bij de Spaanse stad A Coruña, oorspronkelijk Romeins en later herbouwd, brandt nog altijd en is daarmee de oudste nog functionerende vuurtoren ter wereld, UNESCO erkende hem in 2009 als werelderfgoed. Na de val van het Romeinse Rijk verwaarloosden veel Europese kuststaten hun lichtbakens. Kloosters en steden namen het initiatief opnieuw over, vaak gedreven door de wens tolrechten te heffen op passerende schepen.

De Brandaris: oudste vuurtoren van Nederland

In Nederland dateert de eerste vuurtoren op de plek van de huidige Brandaris al uit 1323, op verzoek van de stad Kampen. Die eerste toren stortte in 1570 in zee door kusterosie. Een tweede exemplaar bezweek door slechte bouwmaterialen. De versie die nu staat, 53,7 meter hoog en zichtbaar op meer dan 25 zeemijl afstand, dateert uit 1594. De naam is waarschijnlijk afgeleid van Sint Brandarius, de heilige naar wie West-Terschelling in de Middeleeuwen werd vernoemd. De Brandaris is niet alleen de oudste vuurtoren van Nederland, hij behoort ook tot de vier hoogste lichtopstanden in het land.

  • 1323: eerste baken op Terschelling, gefinancierd door Kampen
  • 1570: instorting door kusterosie
  • 1593: tweede Brandaris bezwijkt door slechte bouwmaterialen
  • 1594: huidige toren gebouwd, hoogte 53,7 meter
  • 19e eeuw: overschakeling van houtvuur naar olie- en later gaslantaarns
  • 20e eeuw: elektrificatie en automatisering van vrijwel alle Nederlandse vuurtorens

Van houtvuur naar fresnel-lens

Tot ver in de 18e eeuw waren vuren van hout of steenkool de norm. Het probleem: ze waren onregelmatig, kostbaar en slecht zichtbaar bij ongunstig weer. De uitvinding van de Fresnel-lens in 1822, door de Franse natuurkundige Augustin-Jean Fresnel, veranderde alles. Door geconcentrische ringen van glas konden lichtbakens een veelvoud van het licht bundelen in vergelijking met vlakke lenzen. Moderne vuurtorens halen reikwijdten van 20 tot 30 zeemijl met relatief weinig energie.

De Fresnel-lens deed voor de vuurtoren wat de stoommachine deed voor de scheepvaart: ze maakte een sprong naar een geheel nieuw tijdperk.

Marit Jansen, maritiem historicus

Automatisering en de toekomst

In de tweede helft van de 20e eeuw werden vrijwel alle bemande vuurtorens geautomatiseerd. Nederland schakelde de laatste vuurtorenwachters uit dienst in de jaren negentig. Moderne bakens werken op zonne-energie of het reguliere elektriciteitsnet en worden op afstand bewaakt. GPS en AIS hebben de navigatierol van de vuurtoren deels overgenomen, maar bij stroomuitval, systeemstoring of gevaarlijke kustpassages blijft de lichtopstand onvervangbaar. Rijkswaterstaat beheert momenteel nog ruim dertig lichtopstanden langs de Nederlandse kust en in de grote havens.

Veelgestelde vragen

Dat is de Torre de Hércules bij A Coruña in Spanje. De Romeinen bouwden hem oorspronkelijk in de 2e eeuw na Christus. Na een grondige restauratie in 1791 brandt zijn licht tot op de dag van vandaag. UNESCO erkende hem in 2009 als werelderfgoed.

De Brandaris op Terschelling, gebouwd in 1594. Een eerdere toren op dezelfde locatie dateerde al uit 1323, maar die stortte door kusterosie in zee. De huidige toren is 53,7 meter hoog en is nog altijd in gebruik als actief lichtbaken.

Hoogte vergroot de reikwijdte van het licht. Hoe hoger de lichtopstand boven het wateroppervlak, hoe verder de lichtbundel over de horizon reikt. Voor een toren van 50 meter hoogte bedraagt de theoretische zichtafstand bij helder weer ongeveer 25 zeemijl, ruim 46 kilometer.

Bronnen

Lees ook