Op 20 oktober 1972 werd in Londen een verdrag ondertekend dat de verkeersregels op alle oceanen en zeeën vastlegde. De volledige naam is het Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, kortweg COLREGS. Het verdrag trad in werking op 15 juli 1977 en verving de eerdere versie uit 1960. Vandaag geldt het voor vrijwel elk zeegaand vaartuig ter wereld, van een sloepje tot een containerschip van 400 meter. Wie de COLREGS niet kent, hoort niet op open water.
Waarom kwamen de COLREGS er?
In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw nam het scheepvaartverkeer explosief toe. Grotere schepen, hogere snelheden en drukker wordende zeestraten leidden tot meer aanvaringen. De regelgeving uit 1960 was onvoldoende. Eén van de grootste problemen was het ontbreken van duidelijke verkeersscheidingsstelsels. Schepen die in tegengestelde richtingen door de Straat van Dover voeren, deden dat zonder enige structuur. Het resultaat: aanvaringen met dodelijke afloop. De COLREGS van 1972 introduceerden dan ook als een van de kernvernieuwingen officieel erkende verkeersscheidingsstelsels (Traffic Separation Schemes, TSS). In de Straat van Dover geldt zo'n TSS nog altijd: richting oosten aan de Franse kant, richting westen aan de Engelse kant.
Structuur: zes delen, 38 regels
De COLREGS bestaan uit 38 voorschriften verdeeld over zes delen. Deel A behandelt de algemene beginselen en het toepassingsgebied. Deel B gaat over sturen en zeilen, het hart van de uitwijkregels. Deel C beschrijft verlichting en dagmerken. Deel D regelt geluids- en lichtsignalen. Deel E bevat vrijstellingen voor oudere schepen. Deel F, toegevoegd bij de herziening van 2013, betreft verificatie van naleving. Vier bijlagen geven technische details over lichtposities, lichtsterktes en geluidsseinen.
| Deel | Onderwerp | Kernregels |
|---|---|---|
| A | Algemeen | Regels 1-3: toepassingsgebied en definities |
| B | Sturen en zeilen | Regels 4-19: uitwijkplicht, oplopen, koersen |
| C | Lichten en dagmerken | Regels 20-31: welk licht welk schip |
| D | Geluids- en lichtsignalen | Regels 32-37: seinen bij manoeuvres en nood |
| E | Vrijstellingen | Regel 38: overgangsrecht voor bestaande schepen |
| F | Verificatie | Regel 39-41: naleving en handhaving (2013) |
Is elke situatie gevaarlijk?
Regel 2 stelt dat niets in de COLREGS verhindert dat je afwijkt van de regels als dat nodig is om een direct gevaar te vermijden. De regels geven kaders, geen excuses. Regel 5, wellicht de meest fundamentele van alle, luidt simpelweg: 'Elk schip dient te allen tijde een goede uitkijk te houden door te kijken en te luisteren, alsmede door alle beschikbare middelen te gebruiken die passen bij de heersende omstandigheden en zichtbaarheid.' Radar, AIS, VHF en het blote oog zijn daarin allemaal middelen. Een schipper die achter zijn navigatiesysteem zit zonder om zich heen te kijken, schiet tekort.
Every vessel shall at all times maintain a proper look-out by sight and hearing as well as by all available means appropriate in the prevailing circumstances and conditions so as to make a full appraisal of the situation and of the risk of collision.
De drie kritieke situaties: recht opkoers, kruisen en oplopen
Deel B van de COLREGS beschrijft hoe schepen moeten handelen in de drie situaties waarbij twee schepen elkaar naderen. Elk vraagt een andere reactie.
Recht opkoers (Regel 14)
Twee motorschepen die recht op elkaar af varen, zijn verplicht beiden naar stuurboord uit te wijken. Je passeert elkaar dan aan bakboord. Rood licht zichtbaar, rood licht tonen: beiden sturen rechts. Deze regel geldt wanneer een schip de andere recht vooruit ziet of bijna recht vooruit, met een afwijking van niet meer dan 6 graden.
Kruisen (Regel 15)
Wanneer twee motorschepen op kruisende koersen varen, moet het schip dat de ander aan stuurboord heeft uitwijken. Je houdt je weg vrij voor wat van rechts komt. In de praktijk: je ziet groen licht van een naderend schip, jij wijkt uit. Zie je rood licht, dan ben jij de koersplichtige en mag je verwachten dat de ander voor je wegblijft. Maar: vertrouw daar niet blind op. Regel 17 bepaalt dat de koersplichtige tijdig mag ingrijpen als het uitwijkende schip overduidelijk niet reageert.
Oplopen (Regel 13)
Oplopen is de situatie waarbij een sneller schip een langzamer schip inhaalt. Eén regel geldt hier absoluut: het inhalende schip moet altijd uitwijken, ongeacht of het een zeilschip of motorschip inhaalt. Pas wanneer je volledig voorbij bent en op veilige afstand, vervalt de verplichting. Oplopen wordt gedefinieerd als naderen vanuit een hoek van meer dan 22,5 graden achter het dwarsscheeps. Je ziet dan alleen het witte heklicht van het voorliggende schip.
Zeilschepen en motorschepen: wie wijkt voor wie?
De algemene hiërarchie in de COLREGS plaatst schepen met beperkte manoeuvreerbaarheid bovenaan. Schepen die niet kunnen manoeuvreren (Not Under Command, NUC) gaan vóór alles. Daarna schepen met beperkte manoeuvreerbaarheid (zoals een drijvend werkschip of een baggeraar). Dan vissersschepen. Dan zeilschepen. Daarna motorschepen. Een zeilschip dat tegelijkertijd de motor gebruikt, geldt als motorschip. Wie zwakker is in de hiërarchie moet uitwijken voor de sterkere. Maar ook hier: de sterkere in de hiërarchie mag nooit aannemen dat de ander ziet of reageert.
Verkeersscheidingsstelsels en nauwe vaarwateren
Regel 10 regelt het gebruik van Traffic Separation Schemes (TSS). In de Straat van Dover passeren dagelijks meer dan 500 schepen. Zonder structuur is dit onmogelijk. Het TSS verdeelt het verkeer in twee rijstroken met een scheidingszone. Schepen die het stelsel gebruiken houden aan de rechterzijde van hun rijstrook. Oversteken mag alleen in een scherpe hoek, zo loodrecht mogelijk op de rijstrookrichting. Vissersvaartuigen, kleine schepen en schepen in nood zijn vrijgesteld van het stelsel, maar mogen het niet belemmeren.
Geluids- en lichtsignalen: de taal bij manoeuvres
Deel D van de COLREGS beschrijft de seinen die schepen geven bij manoeuvres. Één korte stoot: ik stuur naar stuurboord. Twee korte stoten: ik stuur naar bakboord. Drie korte stoten: ik sla achteruit. Vijf of meer korte stoten: gevaar of onduidelijkheid over intenties. Deze seinen worden gegeven met de scheepshoorn of op grotere schepen met de scheepsmisthoorn. In smalle vaarwaters, bij slecht zicht of bij een inhaalmanoeuvre zijn ze verplicht. Veel aanvaringen zijn te herleiden tot schippers die deze communicatie gewoon weglaten.
In narrow channels or fairways a vessel shall, so far as safe and practicable, keep to the outer limit of the channel on her starboard side.
Naleving en handhaving
De COLREGS zijn een IMO-verdrag. De lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor handhaving in hun eigen wateren. In Nederland is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) belast met controle. Bij een aanvaring speelt naleving van de COLREGS altijd een rol in de juridische beoordeling. Koopvaardijschippers die de regels overtreden, riskeren intrekking van hun patent. Voor recreatievaart geldt hetzelfde principe: een aanvaring waarbij een schipper aantoonbaar de COLREGS heeft genegeerd, legt aansprakelijkheid bij die schipper.