Ga naar inhoud
Havens

De Nieuwe Waterweg uitgelegd

De levensader van Rotterdam en de toegangspoort naar zee

Door Saar Vermeer · Maritiem journalist 5 min lezen
Containerschip vaart de Nieuwe Waterweg op bij Hoek van Holland

Mist hangt laag boven het water als een containerschip van 300 meter langzaam de monding van de Nieuwe Waterweg binnenvaart. Links de kust van Hoek van Holland, rechts de lichten van Maassluis. Het schip koerst op Rotterdam. Elke dag herhaalt dit tafereel zich tientallen keren, want de Nieuwe Waterweg is de voornaamste zeeroute naar de grootste haven van Europa.

Waarom was de Nieuwe Waterweg nodig?

Rotterdam berustte lange tijd op de Brielse Maas en de Maas als verbinding met zee. Maar tegen het midden van de negentiende eeuw verloren die routes hun diepgang door verzanding. Grote stoomschepen konden nauwelijks meer de haven bereiken. In 1863 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel aan voor een nieuw kanaal, recht door de duinen naar de Noordzee. Ingenieur Pieter Caland leidde de werkzaamheden. De graafwerkzaamheden begonnen op 31 oktober 1866 en op 9 maart 1872 maakte het Britse stoomschip Richard Young als eerste de tocht via de nieuwe route.

De Nieuwe Waterweg was geen kanaal in de traditionele zin. Er kwamen geen sluizen in. Caland rekende erop dat het getij en de rivierafvoer de vaargeul vanzelf op diepte zouden houden, door de stroomsnelheid te verhogen. Dat was een gewaagde gok die uiteindelijk uitpakte.

Saar Vermeer, scheepvaarthistorica

Hoe diep en lang is de Nieuwe Waterweg?

De Nieuwe Waterweg heeft een lengte van ongeveer 20,5 kilometer, van Hoek van Holland tot aan de splitsing bij Maassluis-Rotterdam. De breedte varieert vandaag de dag tussen 480 en 675 meter. De vaargeul is uitgebaggerd tot 14,5 tot 16 meter onder NAP (Amsterdam Ordnance Datum), diep genoeg voor de grootste bulkcarriers en containerschepen. Bij de eerste opening in 1872 bedroeg de diepte slechts 6,5 meter bij laagwater. Sindsdien is er voortdurend gebaggerd om de vaargeul op maat te houden voor steeds grotere schepen.

Wat is de rol van de Maeslantkering?

De Nieuwe Waterweg heeft geen sluizen, wat betekent dat bij extreme vloed niets de zee tegenhoudt. Dat probleem loste Rijkswaterstaat op met de Maeslantkering, in 1997 in gebruik genomen als laatste grote Deltawerk. De kering bestaat uit twee stalen armen van elk 237 meter lengte. Normaal liggen ze open langs de oevers. Bij een verwachte waterstand van 3 meter boven NAP in Rotterdam sluiten ze automatisch en blokkeren ze de Nieuwe Waterweg volledig. Tot 2026 is de kering twaalf keer gesloten voor bescherming, de overige sluitingen waren oefeningen.

De Maeslantkering is het grootste beweegbare stormvloedkering ter wereld. Dat klinkt als een superlative, maar het is gewoon engineering noodgedwongen door geografie: de Nieuwe Waterweg kan niet worden afgesloten met een vaste dam, want dan stopt de haven.

Saar Vermeer, scheepvaarthistorica

Economisch belang: meer dan alleen Rotterdam

Via de Nieuwe Waterweg bereiken zeeschepen niet alleen de Rotterdamse haven, maar ook de industrie langs de Maasvlakte, de petrochemische complexen bij Pernis en de binnenhavens verder stroomopwaarts. Jaarlijks passeren meer dan 33.000 zeeschepen deze route. Dat maakt de Nieuwe Waterweg een van de drukst bevaren zeekanalen van Europa. Havenbedrijf Rotterdam beheert de loodsdiensten, terwijl Rijkswaterstaat verantwoordelijk is voor de vaarweg zelf en de Maeslantkering.

De toekomst: verdiepen of verbreden?

Nieuwere generaties containerschepen, zoals de 400 meter lange megacarriers van de Triple-E klasse, leggen druk op de bestaande afmetingen van de vaargeul. Rijkswaterstaat onderzoekt periodiek of verdere verdieping of stroomlijning van de baggerstrategie nodig is. Een rivierzandmotor bij de monding moet het onderhoudsbaggerwerk reduceren door slim gebruik van getijde en zandtransport. Ook klimaatadaptatie speelt een rol: hogere zeespiegelstijging vereist heroverweging van de kering-strategie voor de Maeslantkering en de Hartelkering samen.

Veelgestelde vragen

Nee. De Nieuwe Waterweg is een open kanaal zonder sluizen. Ingenieur Pieter Caland ontwierp het zo bewust: het getij en de rivierafvoer houden de vaargeul op diepte. De Maeslantkering fungeert als beweegbare stormvloedkering bij extreme vloed.

De vaargeul is uitgebaggerd tot 14,5 tot 16 meter onder NAP. Bij de opening in 1872 bedroeg de diepte nog maar 6,5 meter. Door voortdurend baggeren is de vaargeul aangepast aan steeds grotere zeeschepen.

De Maeslantkering sluit automatisch wanneer een waterstand van 3 meter boven NAP wordt verwacht in Rotterdam. De kering opende in 1997 en is sindsdien meerdere keren gesloten voor hoogwaterbescherming en periodieke oefeningen.

Bronnen

Lees ook