Ga naar inhoud
Scheepstypen

Het verschil tussen een tanker en een bulkcarrier

Twee grote vrachtschepen, twee totaal verschillende werelden

Door Kapitein Hendrik de Vries · Oud-kapitein grote handelsvaart 4 min lezen
Tanker en bulkcarrier zij aan zij in een industriehaven

U ziet ze allebei in de haven van Rotterdam: grote schepen, lage vrijboorden, bijna geen bovenbouw. Toch zijn een tanker en een bulkcarrier fundamenteel anders gebouwd en ingericht. Het onderscheid zit hem in de lading. Vloeibaar of droog, dat beslist alles.

Herken de lading om het schip te begrijpen

Een tanker vervoert vloeibare lading: ruwe olie, aardolieproducten, chemicaliën of vloeibaar gas. Een bulkcarrier vervoert droge, losgestorte lading: graan, ijzererts, steenkool, bauxiet of fosfaat. Die simpele regel verklaart vrijwel alle bouwtechnische verschillen tussen de twee scheepstypen.

Zo herkent u een tanker aan zijn uitstraling

Tankers hebben een vrijwel vlak dek met leidingen, kleppen en aansluitpunten voor laad- en lospompen. De lading wordt via pijpleidingen aan boord gepompt, niet gestort of gevangen door kranen. Reddingsboten en accommodatie bevinden zich aan het achterschip; het middendek is geheel ingenomen door het pijpleidingstelsel. VLCC-tankers (Very Large Crude Carrier) halen een draagvermogen van 200.000 tot 320.000 deadweight ton (DWT). ULCC-reuzen gaan boven de 320.000 DWT, sommige tot 550.000 DWT.

Zo herkent u een bulkcarrier aan zijn uitstraling

Een bulkcarrier heeft grote, rechthoekige luikopeningen in het dek. Die luiken geven toegang tot de laadruimen, waar de droge bulk losgestort wordt door grijpers of transportbanden. Aan boord zijn soms eigen laad- of loskranen gemonteerd, afhankelijk van de graad van zelfstandigheid die de rederij vereist. Capesize-bulkcarriers bereiken 130.000 tot 170.000 DWT. Ze zijn te groot voor het Panamakanaal of het Suezkanaal en moeten via Kaap Hoorn of de Kaap de Goede Hoop varen.

  • Tanker: lading vloeibaar, ingeladen via pompen en leidingen
  • Bulkcarrier: lading droog en losgestort, ingeladen via grijpers of transportbanden
  • Tanker: dek vol leidingen en kleppen, weinig bovenbouw midscheeps
  • Bulkcarrier: grote luikopeningen, eventueel eigen deklading-kranen
  • VLCC-tanker: 200.000-320.000 DWT; Capesize bulkcarrier: 130.000-170.000 DWT
  • Tanker: strenge brandbeveiligingsregels (SOLAS, IBC-code); bulkcarrier: stabiliteit en trimvoorschriften

Veiligheid en regelgeving: elk schip heeft zijn eigen code

Tankers vallen onder de IBC-code (voor chemicaliëntankers) of de IGC-code (voor gastankers). Oliebrandweer, inertgassystemen en dubbele rompen zijn verplicht. Een bulkcarrier heeft andere gevaren: natte lading kan verschuiven, sommige bulksoorten zijn zelfontbrandend. De IMSBC-code (International Maritime Solid Bulk Cargoes Code) schrijft per ladingsoort de veiligheidsprocedures voor.

Veelgestelde vragen

In principe niet. De tanks zijn gebouwd voor vloeistoffen en het reinigen ervan voor droge lading is technisch en economisch niet haalbaar. Er bestaan wel combinatieschepen (OBO-carriers: ore/bulk/oil), maar die zijn zeldzaam geworden.

Een VLCC heeft een draagvermogen van 200.000 tot 320.000 DWT. Een Capesize bulkcarrier zit op 130.000 tot 170.000 DWT. Een VLCC is dus fors groter qua tonnage.

Bulk verwijst naar losgestorte lading, dat wil zeggen lading die niet in verpakking of containers wordt vervoerd maar direct in de laadruimen wordt gestort. Een bulkcarrier is letterlijk een drager van losgestorte goederen.

Bronnen

Lees ook