Ga naar inhoud
Navigatie

Hoe lees je een zeekaart

Symbolen, dieptelijnen en projecties: de zeekaart ontrafeld

Door Kapitein Hendrik de Vries · Oud-kapitein grote handelsvaart 7 min lezen
Gedetailleerde zeekaart van de Nederlandse kust met dieptelijnen en boeisymbolen

In 1569 ontwierp Gerardus Mercator een projectie die de wereld veranderde. Zijn methode om de ronde aardbol op een plat vlak te tekenen zonder dat koerslijnen kromtrekken, is nog altijd de basis van elke moderne zeekaart. Schepen varen er vandaag mee over de Noordzee, van Rotterdam naar de Azoren, van Vlissingen naar Dover. Wie een zeekaart echt wil begrijpen, begint dan ook bij het fundament: de projectie, de schaal en de taal van symbolen.

De Mercatorprojectie als basis

Internationaal is afgesproken dat zeekaarten met een schaal kleiner dan 1:50.000 in de Mercatorprojectie worden uitgevoerd. Bij deze projectie worden lengtegraadlijnen als evenwijdige verticale lijnen getekend. Het gevolg: hoeken blijven kloppen. Een koerslijn die je met een liniaal op de kaart trekt, correspondeert direct met een kompaskoers aan boord. Dat is cruciaal voor navigatie. Grotere schaalkaarten, zoals havenplannen of kustdetailkaarten, mogen afwijken van de Mercatorprojectie, maar voor de open zee is het de norm.

Schaal: hoeveel werkelijkheid past er op het papier?

Schipper die een zeekaart bestudeert aan boord van een zeilschip

De schaal bepaalt hoeveel detail je op de kaart ziet en hoe groot het bevaarbare gebied is. Een kaart met schaal 1:500.000 toont een groot gebied met weinig detail. Een kaart met schaal 1:25.000 toont weinig gebied maar juist veel detail, inclusief afzonderlijke boeien, ondieptes en oevercontouren. Als schipper gebruik je doorgaans meerdere kaartsoorten: een overzichtskaart voor de route en een gedetailleerde kaart voor de haven of het ondieptegebied. De Internationale Hydrografische Organisatie (IHO) harmoniseert sinds 1971 de symbolen en projecties van zeekaarten wereldwijd.

Dieptelijnen en kleurcodes

Op een dieptelijn is het overal even diep. Zo is een dieptelijn eigenlijk een aaneenschakeling van dezelfde dieptecijfers, vergelijkbaar met hoogtelijnen op een wandelkaart. Kleuren geven snel inzicht in de waterdiepte. De grens tussen groen en blauw markeert de nul-meter-dieptelijn. Tussen blauw en lichtblauw loopt de 2-meter-lijn. Tussen lichtblauw en wit begint het 5-meter-gebied. Dieper water wordt wit of donkerblauw. Ondieptes korter dan de diepgang van je schip zijn letterlijk gevaarlijk terrein.

Kleurcodes op een standaard zeekaart
KleurDieptezoneBetekenis
Groen0 meter en minderDroogvallend bij laagwater (wad, platen)
Donkerblauw0 tot 2 meterZeer ondiep, gevaarlijk voor de meeste kielschepen
Lichtblauw2 tot 5 meterBeperkt vaarwater, let op getij
Wit5 meter en dieperVrij vaarwater voor de meeste vaartuigen

Symbolen: de taal van de zeekaart

Zeekaarten staan vol met symbolen die elk een specifieke betekenis hebben. De Hydrografische Dienst der Nederlanden (onderdeel van Defensie) publiceert 'Zeekaart 1', een naslagwerk met alle tekens en afkortingen. Internationaal is dit het equivalent van het Britse BA 5011 (Chart 1 van de UKHO). Wie niet weet wat een symbool betekent, slaat dit werk op.

  • Anker met cirkel: ankerplek (al dan niet verboden)
  • Rode en groene stippen of tonnen: bebakening van het vaarwater
  • Zwart anker met een kruis: verboden te ankeren
  • Stippellijnen: voorzichtigheidsgebied of aanbevolen route
  • PA, PD of ED: onbetrouwbare of onzekere dieptepeiling
  • Wrakken: aangeduid met specifieke symbolen afhankelijk van diepte
  • Vuurtoren-symbool met lichtkarakter: vast, schitterend, iso of occulterend

Kompasroos en magnetische variatie

De meeste zeekaarten tonen een kompasroos. De buitenste ring toont de ware koers (in graden ten opzichte van de geografische Noordpool). De binnenste ring toont de magnetische koers, gecorrigeerd voor de declinatie op die locatie. In Nederlandse wateren bedraagt de magnetische variatie tegenwoordig circa 1 tot 2 graden oost, maar dit verschilt per locatie en neemt jaarlijks iets toe of af. Op de kaart staat vermeld wat de variatie is en met welk getal je per jaar moet corrigeren.

Getijgegevens en water onder de kiel

Dieptecijfers op een zeekaart zijn altijd gerelateerd aan het chartdatum, doorgaans het laagste astronomische getij (LAT). In de Waddenzee kan het verval tussen laag- en hoogwater 2 meter bedragen. Op de Westerschelde zijn getijverschillen bij Vlissingen gemiddeld 3,8 meter. Wie alleen de kaartdiepte gebruikt zonder getijcorrectie, vaart vroeg of laat een zandplaat op. Getijdetafels en getijstroomatlas horen altijd bij de kaartset aan boord.

Kaarten actueel houden

Zeekaarten worden continu bijgewerkt. De Hydrografische Dienst publiceert 'Berichten aan Zeevarenden' (BaZ) voor Nederlandse wateren. De UKHO doet dit voor Britse wateren via Notices to Mariners. Papieren kaarten kun je met de hand bijwerken. Digitale kaarten (ENC, Electronic Navigational Charts) worden via een abonnementsysteem automatisch geüpdatet. Een kaart die al drie jaar niet is bijgewerkt, is een navigatierisico.

Veelgestelde vragen

Een zeekaart is bedoeld voor navigatie op zee en grote wateren en is uitgegeven door een officiële hydrografische dienst. Een waterkaart (of vaarkaart) is doorgaans bedoeld voor de binnenwateren, meren en kanalen en wordt uitgegeven door organisaties zoals de ANWB of Rijkswaterstaat.

Een schaal van 1:50.000 betekent dat 1 centimeter op de kaart overeenkomt met 50.000 centimeter (500 meter) in de werkelijkheid. Hoe kleiner de tweede getal, hoe gedetailleerder de kaart, maar hoe kleiner het weergegeven gebied.

Dieptes op de kaart zijn gerelateerd aan het laagste astronomische getij (LAT). Je moet dus altijd de actuele getijhoogte optellen bij het kaartcijfer om de werkelijke waterdiepte te berekenen. Houd ook rekening met je diepgang plus een veiligheidsmarge van minimaal 0,5 meter.

De Mercatorprojectie is een manier om de ronde aardbol op een plat vlak te projecteren waarbij hoeken correct worden weergegeven. Hierdoor zijn koerslijnen op de kaart rechte lijnen. Dat is de reden dat bijna alle navigatiezeekaarten met een schaal kleiner dan 1:50.000 deze projectie gebruiken.

Zeekaart 1 (uitgegeven door de Hydrografische Dienst der Nederlanden) is een naslagwerk met alle symbolen, tekens en afkortingen die op officiële zeekaarten worden gebruikt. Het is geen navigatiekaart maar een woordenboek voor de taal van de zeekaart. Elke schipper die met papieren kaarten werkt, hoort dit naslagwerk aan boord te hebben.

Bronnen

Lees ook