Ga naar inhoud
Binnenvaart

Hoe werkt brandstof en vergroening in de binnenvaart

Van gasolie naar HVO, LNG en waterstof: de energietransitie op het water

Door Joost Bakker · Binnenvaartschipper 8 min lezen
Binnenvaartschip dat HVO biobrandstof bunkers in een haven

Verreweg de meeste binnenvaartschepen varen vandaag de dag op gasolie, ook wel (rode) diesel of MDO (Marine Diesel Oil) genoemd. Dat was altijd zo en leek lang ook zo te blijven. Maar de druk vanuit Europese klimaatwetgeving, stijgende brandstofprijzen en nieuwe havenregels maken dat de sector een versneld zoektocht doorloopt naar alternatieven. Die alternatieven bestaan al: HVO100, LNG, methanol en waterstof worden allemaal getest of al operationeel ingezet. Elk heeft zijn eigen voor- en nadelen.

Gasolie: de huidige realiteit

Gasolie (diesel) blijft voorlopig de dominante brandstof in de binnenvaart. De infrastructuur is volledig op gasolie ingericht: bunkerinstallaties langs de waterwegen, motorontwerpen, onderhoudsdiensten. Een binnenvaartmotor van gemiddeld 300 tot 1.500 kilowatt draait op diesel en zal dat de komende jaren blijven doen, ook als de eigenaar wil vergroenen. Motoren worden pas na 20 tot 30 jaar vervangen.

Toch zijn de emissies van gasolie in de binnenvaart aanzienlijk. Per ton-kilometer stoot een binnenvaartschip minder CO2 uit dan vrachtwagen of trein, maar de absolute uitstoot van de sector (CO2, NOx, fijnstof) is substantieel. De binnenvaart vervoert jaarlijks honderden miljoenen tonnen goederen over de Europese binnenwateren. Dat telt op.

HVO100: de drop-in brandstof

Waterstof brandstofcel aandrijving op een binnenvaartschip

HVO staat voor Hydrotreated Vegetable Oil, een synthetische diesel op basis van gehydrogeneerde biologische reststoffen zoals gebruikt frituurvet, dierlijk vet of tallolie. HVO100 is een zogeheten drop-in brandstof: het kan zonder motoraanpassingen worden gebruikt in bestaande dieselmotoren. Dat maakt het de meest directe manier om CO2-emissies te verlagen.

De CO2-reductie van HVO100 bedraagt tot 89 procent op 'well to wheel'-basis ten opzichte van fossiele diesel. Naast CO2 presteert HVO ook goed op CO- en roetuitstoot. De keerzijde: HVO100 is duurder dan reguliere diesel en het aanbod is beperkt. HGK Shipping, een van de grootste Europese binnenvaartoperators, heeft publiekelijk gepleit voor overheidssubsidies om de meerprijs te overbruggen totdat productie en distributie op schaal plaatsvinden.

HVO is nu het meest realistische alternatief voor de vloot die niet wil of kan wachten op motoren van de volgende generatie.

Binnenvaartkrant, 2024

LNG en bio-LNG

LNG (Liquefied Natural Gas) is vloeibaar aardgas dat als scheepsbrandstof kan worden ingezet. In de binnenvaart zijn LNG-motoren beschikbaar en een beperkt aantal grotere schepen vaart er al op. Het voordeel ten opzichte van gasolie: minder fijnstof en NOx-uitstoot, en bij bio-LNG ook een significante CO2-reductie. De infrastructuur voor LNG-bunkering is echter dun gezaaid op de Europese binnenwateren.

Bio-LNG, ook wel groengas in vloeibare vorm, heeft dezelfde technische eigenschappen als fossiel LNG maar een veel lagere CO2-voetafdruk. De CO2-emissiefactor van bio-LNG voor 2026 is opgenomen in de Nederlandse CO2-emissiefactorenlijst. Als biogas mainstream wordt, kan LNG als transitiebrandstof een langere rol spelen dan nu voorzien.

Methanol en waterstof: de langetermijnopties

Methanol trekt steeds meer aandacht als maritieme brandstof, ook in de binnenvaart. Het is een vloeibare brandstof die relatief eenvoudig te bunkeren is en in bestaande infrastructuur past. Groene methanol, geproduceerd uit hernieuwbare elektriciteit en CO2-afvang, kan de CO2-uitstoot drastisch terugbrengen. Pilotprojecten lopen in onder andere Rotterdam.

Waterstof is het meest ambitieuze alternatief. Brandstofcelaandrijving op waterstof stoot bij gebruik geen CO2, NOx of fijnstof uit. De uitdagingen zijn aanzienlijk: waterstof heeft een lage energiedichtheid, vereist speciale tanks en bunkerfaciliteiten en is nog kostbaar. De eerste binnenvaartschepen op waterstof varen wel al in Nederland, onder andere als pilotproject op de Amsterdam-Rijnkanaalroute.

Vergelijking alternatieve brandstoffen binnenvaart
BrandstofCO2-reductieDrop-in?InfrastructuurStatus
HVO100tot 89%JaBeperkt, groeiendCommercieel beschikbaar
Bio-LNGtot 70-90%Nee (LNG-motor)SchaarsPiloot en niche
Methanol (groen)tot 95%Nee (aanpassing)BeperktPilootfase
Waterstof100% (bij gebruik)Nee (brandstofcel)Zeer schaarsPilootfase
Elektrisch100% (bij gebruik)Nee (retrofit/nieuwbouw)Groeiend (haven)Niche (korte routes)

Subsidies en beleid

De Rijksoverheid stelt geld beschikbaar via de DKTI-transport-regeling (Demonstratie Klimaattechnologieen en Innovaties in Transport). Tussen 2022 en 2026 is 34,5 miljoen euro gereserveerd voor klimaatprojecten in transport, met als doel 16 kiloton minder CO2-uitstoot. Binnenvaartprojecten kunnen aanspraak maken op deze middelen.

Vanaf 2026 verplicht de Europese RED III (Renewable Energy Directive) brandstofaanbieders tot een stijgend aandeel hernieuwbare brandstoffen in hun mix. Dat dwingt ook binnenvaartbunkeraars om HVO, bio-LNG of andere hernieuwbare opties op te nemen in hun assortiment. Voor schippers betekent dit dat alternatieven geleidelijk beschikbaarder worden, al blijft fossiele diesel nog lang als back-up aanwezig.

Uitdagingen voor de sector

De binnenvaart bestaat voor een groot deel uit particuliere schippers en kleine ondernemingen. Investeringen in nieuwe motoren, LNG-tanks of waterstofinstallaties zijn kapitaalintensief en terugverdientijden zijn lang. Onzekerheid over welke brandstof de toekomst zal domineren remt investeringen. Wie vandaag investeert in LNG weet niet of bio-LNG over vijf jaar de standaard wordt of dat methanol wint.

  • HVO100: directe CO2-reductie tot 89%, drop-in, maar duurder dan diesel
  • LNG/bio-LNG: minder fijnstof en NOx, beperkte bunkerinfrastructuur
  • Methanol: vloeibaar, makkelijk te bunkeren, groene variant in ontwikkeling
  • Waterstof: emissievrij bij gebruik, hoge investerings- en infrastructuurkosten
  • Elektrisch: geschikt voor korte routes en kleinere schepen, opslagcapaciteit beperkt

Veelgestelde vragen

Gasolie (diesel) is veruit de dominante brandstof. Vrijwel de gehele vloot vaart er nog op. Alternatieven als HVO100 en LNG worden ingezet, maar vormen nog een klein aandeel van het totale brandstofverbruik.

Ja. HVO100 is een drop-in brandstof die chemisch vergelijkbaar is met fossiele diesel. Bestaande dieselmotoren kunnen er zonder technische wijzigingen op draaien. Dat maakt het de meest toegankelijke route naar lagere CO2-uitstoot.

HVO100 bespaart tot 89 procent CO2 op 'well to wheel'-basis ten opzichte van fossiele diesel. Dat is gemeten over de volledige keten van productie tot gebruik aan boord.

Ja, in beperkte mate. In Nederland lopen pilotprojecten met waterstofaangedreven binnenvaartschepen, onder andere in de omgeving van Amsterdam. Grote commerciële inzet is er nog niet door de hoge kosten en beperkte bunkerinfrastructuur.

De EU verplicht via RED III (Renewable Energy Directive, van kracht per 2026) brandstofaanbieders tot een groeiend aandeel hernieuwbare brandstoffen. Subsidies via nationale fondsen zoals DKTI-transport ondersteunen pilotprojecten. Op langere termijn valt de binnenvaart ook onder emissiehandel (ETS).

Bronnen

Lees ook