U staat aan het roer, de haven achter u vervaagt in de nevels en GPS geeft een storing. De enige betrouwbare referentie is het kompas. Maar weet u ook precies wat dat instrument u vertelt en wat niet? Het kompas is ouder dan de meeste navigatietechnieken, maar ook een van de meest verkeerd begrepen instrumenten aan boord.
Hoe wijst een magnetisch kompas eigenlijk naar het noorden?
Een magnetisch kompas werkt door de aantrekkingskracht van het aardmagnetisch veld. De kompasnaald, of de magnetisch geladen roos, is een permanente magneet die vrij kan draaien. Ze stelt zich automatisch in langs de magnetische veldlijnen van de aarde en wijst daarmee richting het magnetische noorden. Dat magnetische noorden valt niet samen met het geografische Noordpool; het verschil heet variatie en is afhankelijk van uw positie ter wereld. In de Noordzee bedraagt de variatie momenteel circa 1 tot 3 graden oost.
Wat is het verschil tussen variatie en deviatie?
Variatie is het verschil tussen magnetisch noorden en geografisch noorden, veroorzaakt door de natuur. Deviatie is iets anders: dit is de verstoring van het kompas door het scheepsmagnetische veld, veroorzaakt door motoren, staalconstructies, elektronische apparatuur of lading aan boord. De deviatie verschilt per koers die het schip vaart. De optelsom van beide afwijkingen noemen we de miswijzing. Elke navigatieofficier kent zijn deviatietabel, een overzicht per koers van de exacte afwijking, om de ware koers correct te kunnen berekenen.
Hoe is het kompas gemonteerd om beweging te compenseren?
Op een schip dat stampt en slingert, zou een gewone kompasnaald constant trillen en draaien. Vandaar dat het scheepskompas in een cardanische ophanging zit, een stelsel van ringen dat de roos horizontaal houdt ongeacht de beweging van het schip. De kompaspot is gevuld met een dempdvloeistof, meestal een mengsel van water en alcohol, zodat de roos niet doorslingert bij plotselinge koerswijzigingen. Kwaliteitskompassen voor beroepsvaart hebben bovendien compensatiemagneetjes ingebouwd die de scheepsdeviatie zo klein mogelijk houden.
Wat is een standaardkompas en waarom staat het midden op het schip?
Een standaardkompas is een speciaal gecertificeerd magnetisch kompas dat als referentiepunt dient voor alle navigatiemetingen aan boord. Het staat bij voorkeur op of dichtbij de lengteas van het schip, zo ver mogelijk verwijderd van motoren en ijzeren constructies om de deviatie te minimaliseren. Peilingen worden genomen via een peilschijf of peilspiegel op het kompas: de hoek tussen de voor-achterwaartse schipas en het te peilen object wordt afgelezen. Deze peilingsgegevens worden vastgelegd in het scheepsjournaal.
Hoe werkt een gyrokompas anders dan een magnetisch kompas?
Een gyrokompas maakt geen gebruik van magnetisme. Het principe is gebaseerd op een snel draaiende tol, een gyroscoop, die door de Wet van Newton zijn stand in de ruimte handhaaft. Door de draaiing van de aarde gaat de tollas langzaam wijzen in de richting van het geografische noorden. Het gyrokompas geeft daarmee het ware noorden aan, niet het magnetische, en heeft geen last van variatie of deviatie. Op grotere zeeschepen is het gyrokompas het primaire navigatiekompas; het magnetische kompas fungeert als reserve. Een nadeel: een gyrokompas heeft opstartijd nodig, soms meerdere uren, en vergt een voortdurende stroomtoevoer.
Wat zijn de beperkingen van GPS ten opzichte van het kompas?
GPS geeft een positie, maar geen betrouwbare koersaanwijzing als het schip stilligt of zeer langzaam vaart. Een magnetisch kompas geeft altijd koersinformatie, ongeacht de snelheid, en werkt zonder satellietverbinding of stroom. Storming, spoofing van GPS-signalen en eenvoudige apparatuurstoring zijn bekende risico's voor elektronische navigatie. IMO-regelgeving verplicht zeeschepen dan ook nog altijd een goedgekeurd magnetisch reservekompas aan boord te hebben, ook al zijn ze uitgerust met de modernste elektronische navigatiesystemen.
Hoe controleert u of uw kompas betrouwbaar is?
Een eenvoudige controle is de zonsopkomst of -ondergang. De zon gaat globaal in het oosten op en in het westen onder; bij bekende declinatie kunt u de exacte opkomstrichting berekenen en vergelijken met de kompasaanwijzing. Nauwkeuriger is het afnemen van een deviatietest: vaar achtereenvolgens acht of zestien kompaskoersen en vergelijk elke keer met een bekende lijn of richtingsbaken op de kaart. Het resultaat verwerkt u in een deviatietabel. Laat het kompas na grote aanpassingen aan de motorinstallatie of lading altijd opnieuw compenseren door een erkend kompassteller.