Ga naar inhoud
Binnenvaart

Hoe werkt een ligplaats voor binnenschepen

Van aanlegkabel tot vergunning: alles over het afmeren van binnenschepen

Door Joost Bakker · Binnenvaartschipper 6 min lezen
Binnenschip afgemeerd aan een kade langs de Rijn in de vroege ochtend

Vroeg in de ochtend, als de mist nog laag over de rivier hangt, glijdt een geladen tankschip de haven in. De schipper zoekt zijn vaste plek, gooit de meertros over de bolder en schakelt de machine uit. Wat voor hem routine is, kent een lange juridische en logistieke achtergrond. Een ligplaats voor een binnenschip is namelijk allesbehalve vanzelfsprekend.

Wat verstaan we onder een ligplaats?

Een ligplaats is de aangewezen plek in het water waar een vaartuig gedurende langere tijd afgemeerd mag liggen. Voor binnenschepen onderscheiden we drie hoofdvormen: de wachtplaats (tijdelijk wachten op lading of sluis), de laad- en losplaats (gebonden aan een terminal of kade) en de vaste ligplaats (een permanente of langdurige aanlegplek, doorgaans met vergunning).

Het afmeren lijkt eenvoudig, maar op druk bevaren rivieren als de Rijn, Waal of Maas is elke meter water schaars. Grote schepen van 135 meter of langer hebben meerdere bolders nodig en moeten rekening houden met stroming, waterstand en passerende collega's.

Vergunning en toestemming: wie bepaalt waar u mag liggen?

Binnenvaarthaven met meerdere schepen op wachtplaatsen

Op rijkswateren (Rijn, Waal, Noord, Maas, IJssel) is Rijkswaterstaat de beheerder. Zij stellen ligplaatsen vast in het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en aanwijzingsbesluiten. Op gemeentelijke en provinciale wateren beslist de gemeente of het waterschap. Wil een schipper langdurig liggen, dan vraagt hij een ligplaatsvergunning aan. Die vergunning bepaalt exact: de locatie, de maximale afmetingen van het schip en de toegestane periode.

In havens wijst de havenmeester de ligplaats aan. Grote zeehavens zoals Rotterdam hebben eigen havenverordeningen. In de Rotterdamse haven gelden aparte regels voor binnenvaartschepen in de ligplaatsenplannen van het Havenbedrijf Rotterdam, met terminalgebonden ligplaatsen en zogeheten wachtplaatsen voor schepen die wachten op een laadinstructie.

Hoe neemt u als schipper praktisch ligplaats?

Bij het afmeren let u op de volgende zaken: de stroomrichting (altijd strooms op afmeren tenzij anders voorgeschreven), de beschikbare voorzieningen (bolders, steigers, walstroom, afvalafgifte), de maximale verblijfsduur en eventuele havengelden. In drukke doorgangshavens geldt vaak een maximale verblijfstijd van 48 tot 72 uur voor wachtende schepen.

  • Controleer via de BICS-app of Inland ECDIS of de ligplaats vrij is en toegestaan is voor uw scheepstype
  • Meld uw aankomst bij de havenmeester of via marifoonkanaal 10 (gang van schepen op de Rijn: kanaal 10 of 18)
  • Gebruik minimaal 2 trossen (voor en achter) bij ligplaatsen met stroming
  • Controleer de maximale diepgang op de actuele waterstandsinformatie van Rijkswaterstaat
  • Sluit aan op walstroom waar beschikbaar, zowel milieuvriendelijk als verplicht in sommige havens

De historische ontwikkeling van ligplaatsen

  1. 13e eeuw Eerste Rotterdamse haven

    Langs de Rotte ontstaan de eerste aanlegplaatsen voor vissersschepen en regionale beurtvaart. Afmeren is een informele aangelegenheid, geregeld door gilden en stadsbestuur.

  2. 1795 Rijkstoezicht op vaarwegen

    Na de Bataafse Revolutie krijgt de centrale overheid meer grip op waterwegen. Eerste stappen richting gereguleerde ligplaatsen op doorgaande rivieren.

  3. 1868 Herziene Rijnvaartakte (Akte van Mannheim)

    De internationale Rijnvaart krijgt een rechtskader. Ligplaatsen op de Rijn vallen voortaan onder internationaal toezicht van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR).

  4. 1983 Binnenvaartpolitiereglement (BPR)

    Nederland codificeert de regels voor ligplaatsen op binnenwateren in het BPR. Aangewezen wachtplaatsen en verblijfstijden worden landelijk vastgelegd.

  5. 2000-heden Walstroom en duurzame ligplaatsen

    Steeds meer havens verplichten binnenschepen aan te sluiten op walstroom tijdens het afmeren, ter vervanging van draaiende generatoren. Rotterdam loopt voorop met 120 walstroomaansluitingen voor binnenschepen.

Vaste ligplaats versus wachtplaats: wat is het verschil?

Een wachtplaats is bedoeld voor tijdelijk verblijf: een schip wacht op een sluiskolk, een laadopdracht of een geschikte waterstand. Wachtplaatsen zijn vrij te gebruiken maar hebben een beperkte verblijfsduur. Een vaste ligplaats vereist een formele vergunning en is gebonden aan een specifiek schip of een vaste huurovereenkomst. Historische schepen en woonschepen hebben doorgaans een vaste ligplaats met aanwijzingsbesluit van de gemeente.

In Rotterdam beheert Erfgoedhavens Rotterdam de historische ligplaatsen in het stadscentrum en Delfshaven. Commerciële binnenschepen richten zich op de terminalgebonden ligplaatsen of de wachtplaatsen langs de Nieuwe Maas en in de Botlek.

Kosten en havengelden

Havengelden variëren sterk. In kleinere binnenhavens kan een overnachting voor een schip van 80 meter tussen de 15 en 40 euro per nacht kosten. Grote zeehavens rekenen op basis van het scheepstype, de bruto tonnage en de verblijfsduur. Sommige wachtplaatsen op rijkswateren zijn kosteloos, maar bieden dan ook geen voorzieningen.

Veelgestelde vragen

Voor tijdelijke ligplaatsen op aangewezen wachtplaatsen is geen vergunning nodig. Voor een vaste of langdurige ligplaats (op gemeente- of rijkswater) is doorgaans een ligplaatsvergunning vereist, aan te vragen bij de gemeente of Rijkswaterstaat.

De maximale verblijfsduur op wachtplaatsen verschilt per locatie, maar bedraagt meestal 48 tot 72 uur. In drukke perioden kan de havenmeester schepen eerder verzoeken te vertrekken.

Op de Rijn gelden de regels uit het Rijnvaartpolitiereglement (RPR). Ligplaatsen zijn aangewezen in bijlagen bij het reglement. Buiten aangewezen plaatsen is afmeren alleen toegestaan in noodgevallen of met toestemming van de bevoegde autoriteit.

Bronnen

Lees ook