Kanaal 16. Vier tekens, maar op het water zijn ze letterlijk van levensbelang. Elke VHF-marifoon aan boord staat standaard afgestemd op dit bewakingskanaal, en het is het eerste wat reddingsdiensten scannen bij een noodmelding. Toch weten veel pleziervaarders verrassend weinig over hoe een marifoon precies werkt, welke kanalen je mag gebruiken en wat er wettelijk van je wordt verwacht.
Wat is een marifoon precies?
Een marifoon is een VHF-radio (Very High Frequency) die speciaal is ontworpen voor communicatie op het water. VHF-signalen reizen in een rechte lijn, wat betekent dat je bereik beperkt is tot wat je antenne 'ziet'. In de praktijk haal je met een vaste antenne op een mast al snel 30 tot 50 kilometer. Een handmarifoon, die je in je borstzak draagt, heeft een bereik van ruwweg 5 tot 10 kilometer, afhankelijk van de omgeving.
Moderne marifoons werken met het zogeheten Basel-kanaalplan, een vaste indeling van frequenties met een onderlinge afstand van 25 kHz. De kanalen zijn genummerd van 01 tot en met 88, aangevuld met speciale werkkanalen. Niet elk kanaal mag je zomaar gebruiken: sommige zijn gereserveerd voor havens, kustwacht of beroepsvaart.
Welke kanalen gebruik je op het binnenwater en op zee?
Hier zit een belangrijk verschil. Op zee (officieel: buiten de BPR-vaargebieden) gebruik je de marifoon in zeevaartmodus met MMSI. Kanaal 16 is dan het internationale nood- en bewakingskanaal, kanaal 70 is voorbehouden aan DSC-noodoproepen. Op de Nederlandse binnenwateren, inclusief het IJsselmeer en de Waddenzee, gelden andere regels: je schakelt over op de binnenvaartwerkstand met ATIS. Kanaal 10 functioneert hier als bewakingskanaal.
- Kanaal 16: internationaal nood- en roepkanaal (zeevaart)
- Kanaal 70: DSC digitale noodmelding (zeevaart)
- Kanaal 10: bewakingskanaal binnenvaart (met ATIS)
- Kanaal 31 t/m 78: werkkanalen voor haven, sluis en communicatie
Wat is DSC en hoe gebruik je het bij een noodoproep?
DSC staat voor Digital Selective Calling. Met één druk op de noodknop stuurt je marifoon automatisch een gecodeerd bericht via kanaal 70, met daarin je MMSI-nummer, je GPS-positie en de aard van de noodsituatie. Kustwacht en omringende schepen ontvangen dit alarm direct. Daarna schakel je over naar kanaal 16 voor het gesproken mayday-bericht. Het is de combinatie van DSC en de gesproken oproep die reddingsdiensten in staat stelt je snel te vinden.
Let op: DSC werkt alleen correct als je MMSI vooraf is ingesteld en je marifoon is gekoppeld aan een GPS-ontvanger. Zonder coördinaten is een DSC-alarm nog steeds nuttig, maar de reddingsdienst moet je positie dan via andere methoden achterhalen.
Wat is ATIS en wanneer gebruik je het?
Op binnenwateren geldt ATIS in plaats van MMSI. ATIS staat voor Automatic Transmitter Identification System en is een 10-cijferige code die je marifoon automatisch meestuurt bij elke zending. Zo kan de verkeerspost of het schip dat je oproept altijd zien wie er spreekt. ATIS en DSC mogen niet worden gecombineerd: op de binnenvaartwerkstand is DSC uitgeschakeld.
Heb je een bewijs nodig om een marifoon te gebruiken?
Ja. Om legaal een VHF-marifoon te bedienen, heb je het Basiscertificaat Marifonie nodig, ook wel Marcom-B of het Beperkt Certificaat Maritieme Radiocommunicatie (BCMR) genoemd. Je mag pas examen doen als je 16 jaar oud bent. Minimaal één persoon aan boord moet dit certificaat bezitten; dat hoeft niet de schipper te zijn.
Naast het certificaat moet je marifoon geregistreerd zijn bij de Rijksdienst voor het Digitale Infrastructuur (RDI, voorheen Agentschap Telecom). Na registratie ontvang je een roepnaam en een MMSI-nummer (of ATIS-code voor binnenvaart). Zonder registratie is het toestel technisch gezien niet legaal in gebruik.