Een containerschip nadert de haven van Rotterdam. Vanuit de brug vraagt de kapitein via kanaal 11 om loodsondersteuning. Twintig seconden later antwoordt de havendienst. Geen satellietverbinding, geen smartphone, maar een marifoon: het toestel dat al decennialang de ruggengraat vormt van de maritieme communicatie.
Wat is een marifoon precies?
Een marifoon is een VHF-zendontvanger die werkt in de frequentieband van 156 tot 162 MHz. VHF staat voor Very High Frequency. Het apparaat zendt en ontvangt radiogolven over korte afstand, typisch 20 tot 50 zeemijl afhankelijk van antennehoogte en terrein. Iedere frequentie in deze band is onderverdeeld in kanalen van 25 kHz breedte, genummerd van kanaal 1 tot en met 88.
De naam 'marifoon' is een samentrekking van 'maritiem' en 'telefoon'. In de Engelstalige wereld spreekt men van een VHF marine radio of simpelweg marine radio. In de Nederlandse binnenvaart is het apparaat verplicht aan boord van alle schepen die op de officiële vaarwegen varen.
Van vonken naar VHF: een korte geschiedenis
Maritieme draadloze communicatie begon aan het einde van de negentiende eeuw. Guglielmo Marconi zond in 1897 zijn eerste draadloze bericht over zee. Zijn uitvinding vond snel ingang bij rederijen: in 1912 was het de noodoproep van de Titanic via Morsecode op 500 kHz die de wereld duidelijk maakte hoe cruciaal radiocommunicatie op zee was. De overlevende passagiers werden gered dankzij het seinschip Carpathia, dat het noodsignaal opving.
De VHF-marifoon in de huidige vorm deed zijn intrede na de Tweede Wereldoorlog. In de jaren vijftig en zestig werd VHF-communicatie steeds gebruikelijker op handelsschepen. In 1972 standaardiseerde de International Maritime Organization (IMO) kanaal 16 als het internationale nood- en roepkanaal. Iedere marifoon moest voortaan permanent afgestemd zijn op dit kanaal.
-
1897
Marconi over zee
Guglielmo Marconi zend het eerste draadloze bericht over het Bristolkanaal.
-
1912
Titanic-noodoproep
De Titanic seint SOS op 500 kHz; overlevenden worden gered door het schip Carpathia.
-
1972
Kanaal 16 vastgesteld
IMO standaardiseert VHF kanaal 16 als internationaal nood- en roepkanaal.
-
1992
GMDSS ingevoerd
Het Global Maritime Distress and Safety System treedt in werking op 1 februari.
-
1999
GMDSS verplicht
Alle zeeschepen boven 300 GT moeten volledig GMDSS-uitgerust zijn.
-
2005
DSC gemeengoed
Marifoons met ingebouwde DSC-functionaliteit worden standaard op pleziervaartuigen.
Hoe werkt het DSC-systeem?
Moderne marifoons zijn uitgerust met DSC: Digital Selective Calling. Via kanaal 70 verstuurt u een gecodeerd digitaal noodsignaal dat automatisch uw positie, de naam van uw vaartuig en het type noodsituatie meestuurt. Dat is fundamenteel anders dan een gesproken noodoproep: het signaal bereikt alle DSC-ontvangers in de buurt, ook als niemand actief luistert op kanaal 16.
Voor DSC heeft elk schip een uniek MMSI-nummer nodig: een Maritime Mobile Service Identity, vergelijkbaar met een telefoonnummer. U registreert dit nummer bij de bevoegde autoriteit (in Nederland de Agentschap Telecom). Zonder geregistreerd MMSI-nummer mag een DSC-marifoon wettelijk niet worden gebruikt voor noodoproepen.
Welke kanalen gebruikt u waarvoor?
Kanaal 16 is het universele nood- en roepkanaal. U luistert hier altijd op, ook als u op een ander kanaal communiceert: de meeste marifoons bieden daarvoor een dubbele afluisterfunctie (dual watch). Kanaal 70 is gereserveerd voor DSC en mag nooit worden gebruikt voor spraak.
- Kanaal 16: nood-, spoed- en veiligheidsverkeer, internationaal roepkanaal
- Kanaal 70: DSC digitale alarmering (uitsluitend data, geen spraak)
- Kanaal 9: aanroepkanaal pleziervaart in Nederland
- Kanaal 11, 12, 14: havenverkeer en scheepvaartbegeleiding
- Kanaal 67: kustwacht Nederland en veiligheidsberichten
GMDSS: het wereldwijde veiligheidssysteem
In 1988 besloot de IMO tot invoering van het Global Maritime Distress and Safety System (GMDSS). Het systeem trad op 1 februari 1992 in werking en was per 1 februari 1999 verplicht op alle zeeschepen boven 300 GT. GMDSS combineert VHF-marifonie met satellietcommunicatie via Inmarsat en EPIRB-noodbakens. Het maakt het mogelijk dat een schip in nood altijd een oproep kan versturen, ook als de bemanning niet meer in staat is zelf te handelen.
Voor de pleziervaart geldt een vereenvoudigde versie. Op zee buiten de kustwateren is een marifoon met DSC en een geregistreerd MMSI-nummer sterk aanbevolen, in veel gevallen wettelijk verplicht. Het marifoonbewijs (Maritieme Radiocommunicatie voor de Pleziervaart, kortweg MRP) geeft u het recht het toestel te bedienen.
Vaste of draagbare marifoon?
Een vaste marifoon (fixed mount) heeft een vermogen van 25 watt en een vast aangesloten antenne, wat een bereik geeft van 30 tot 50 zeemijl. Een draagbare marifoon werkt op maximaal 5 watt en heeft een bereik van 5 tot 10 zeemijl. Zeeschepen en grotere binnenvaarders gebruiken vrijwel altijd een vast toestel met een hoog opgestelde antenne.