U rijdt langs de Waal en ziet een laag liggend schip zonder luiken of containers, alleen een glad dek met koepels en leidingwerk. Dat is een tankvaartschip. Het vervoert geen droge lading maar vloeistoffen of gassen in afgesloten tanks die deel uitmaken van de scheepsromp. Lading laden en lossen gaat via pompen en slangen, niet via kranen of grijpers.
Begrijp de basiswerking van een binnentanker
Het casco van een tankschip is opgedeeld in meerdere ladingtanks, gescheiden door schotten. Die indeling voorkomt dat bij een lek de gehele lading vrijkomt en zorgt voor betere stabiliteit. De lading wordt via vaste pompinstallaties aan boord overgeslagen: schroefpompen bij olieproducten, centrifugaalpompen bij chemicaliën. Sommige tankers hebben dubbele wanden (double hull) tussen de ladingtank en de buitenhuid, verplicht voor gevaarlijke stoffen zoals benzine of zoutzuur.
Ken de drie hoofdtypen binnentankers
Type N-tankers vervoeren minerale oliën, biodiesel en eetbare oliën. De tanks zijn bij eetbare producten vaak van roestvrij staal. Type C-tankers zijn bestemd voor gevaarlijke chemicaliën zoals fenol, zoutzuur of methanol; ze hebben de zwaarste bouwvoorschriften en strenge voorzieningen voor dampdichtheid. Type G-tankers vervoeren vloeibaar gas onder druk. Ongeveer 80 procent van alle gevaarlijke vloeistoffen die in Europa over het water gaan, reist per binnentanker, precies omdat dit veiliger is dan over de weg door dichtbebouwde gebieden.
De regels voor tankvaartschepen op de Rijn en aansluitende vaarwegen staan in het ADN-reglement (Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par voies de Navigation intérieures) en worden bewaakt door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart. Schippers op een tanker hebben naast het vaarbewijs ook een speciaal tankvaartcertificaat nodig.