Ga naar inhoud
Rederijen techniek

Hoe werkt geluiddemping op schepen

Akoestische isolatie, trillingdempers en IMO-normen aan boord

Door Saar Vermeer · Maritiem journalist 8 min lezen
Akoestische isolatiepanelen op de wanden van een scheepsmachinekamer

De machinekamer van een containerschip kan geluidswaarden bereiken van meer dan 110 decibel. Dat is harder dan een kettingzaag op een meter afstand. Zonder doeltreffende geluiddemping kunnen bemanningsleden in slechts enkele minuten gehoorschade oplopen. Tegelijk trilt de romp mee met de motoren, wat vermoeidheid veroorzaakt en constructieschade kan versnellen. Geluiddemping op schepen is daarmee geen luxe, maar een technische en juridische noodzaak.

Welke geluidsbronnen zijn het meest problematisch aan boord?

Geluid op een schip komt uit verschillende bronnen, elk met een eigen karakter en aanpak. De hoofdmotor is de dominante bron: een grote tweeslagdieselmotor van 60.000 kW produceert laagfrequent gerommel dat door de gehele scheepsconstructie trilt. Daarnaast zijn hulpgeneratoren, pompen, ventilatoren, boegschroeven en de propeller zelf significante geluidsbronnen.

  • Hoofdmotor en hulpgeneratoren: laagfrequent machinaal geluid (50-500 Hz).
  • Propellercavitatie: hoog onregelmatig geluid door dampbellen die imploderen rond de schroefbladen.
  • Luchtventilatiesystemen: continu ruisend geluid via kanalen naar verblijfsruimten.
  • Hydraulische pompen en stuurmachines: kloppend en zoemend geluid in het achterschip.
  • Golfklotsen en winddruk: variabel geluid afhankelijk van weersomstandigheden.

Hoe verschilt geluidabsorptie van geluidsisolatie?

Anti-vibratie-mount onder een scheepsmotor in de machinekamer

De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze beschrijven twee verschillende fysieke processen. Geluidabsorptie verwijst naar het omzetten van geluidsenergie in warmte via poreuze of vezelige materialen zoals mineraalwol, schuim of glasvezel. De energiegolven dringen de materie in, raken verzwakt door wrijving en verdwijnen als warmte. Absorptiematerialen worden gebruikt op wanden en plafonds van machinekamers om de galm (nagalm) te verminderen.

Geluidsisolatie voorkomt dat geluid van de ene ruimte naar de andere overgaat. Dat gebeurt door massa: zware materialen zoals staal, lood, of speciaal zwaar akoestisch rubber trillelen nauwelijks mee en reflecteren de geluidsgolven terug. De beste prestaties worden bereikt door een sandwich-constructie: een laag zware isolatieplaat gevolgd door een laag absorptiemateriaal. Zo worden beide mechanismen gecombineerd.

Hoe worden trillingen aan de bron aangepakt?

De meest effectieve methode is het ontkoppelen van de geluidsbron van de scheepsconstructie. Motoren en generatoren staan op elastische onderstellen, ook wel anti-vibratie-mounts of trillingsdempers genoemd. Die mounts, gemaakt van gestapeld staal en rubberlagen, absorberen de vibraties die anders direct in de romp zouden overgaan. Een goed ontworpen montagesysteem kan trillingsoverdracht met 80 tot 95 procent reduceren.

Bij propellercavitatie ligt de aanpak anders. Cavitatie is een stroomtechnisch fenomeen: aan de laagdrukzijde van een schroefblad ontstaan dampbellen die bij hogere druk imploderen. Die implosies produceren breedbandgeluid dat door het water direct de romp ingaat. Oplossingen zijn een zorgvuldig hydrodynamisch ontwerp van de propeller, voldoende indompelingdiepte en een optimale speling tussen propeller en romp.

Hoe zijn ventilatiepijpen en doorvoeringen akoestisch te isoleren?

Ventilatiepijpen zijn een onderschat geluidstransportpad. Geluid reisd via de lucht in de pijpen van de machinekamer naar verblijfsruimten, maar ook via de pijpwanden zelf als gebouwgebonden geluid. Akoestische dempers, zogenaamde silencers of geluidsdempers, worden in de pijpleidingen gemonteerd. Daarin doorloopt de luchtstroom een labyrint van absorptiemateriaal dat het geluid verzwakt zonder de luchtstroom significant te beperken.

Doorvoeringen, de punten waar pijpen en kabels door schotten en dekken gaan, zijn beruchte zwakke plekken. Elke spleet of te stijve bevestiging leidt geluid direct door. Elastische manchetten en visco-elastisch afdichtmateriaal voorkomen dat trillingen de doorvoering passeren. Bij nieuwbouw wordt dit al in de ontwerpfase meegenomen, maar bij oudere schepen is het een terugkerend onderhoudsaandachtspunt.

Noise at sea is not just a comfort issue. Chronic exposure above 85 dB(A) causes permanent hearing loss. The IMO Noise Code sets clear limits precisely because the industry had long underestimated the cumulative effect on seafarers.

IMO Maritime Safety Committee, MSC.337(91) toelichting

Wat schrijft de IMO voor aan geluidslimieten?

IMO-resolutie MSC.337(91), vastgesteld op 30 november 2012 en van kracht per 1 juli 2014, legt verplichte geluidslimieten vast voor schepen van 1.600 GT en groter. De Noise Code specificeert maximale geluidsdrukwaarden per ruimtetype.

Voor nieuwe schepen waarvoor na 1 juli 2014 een bouwcontract is afgesloten, zijn de limieten verplicht. De reder moet bij de bouw akoestische berekeningen en maatregelen overleggen aan de maritieme inspectie. Overschrijding van de limieten is een reden voor aanhouding door een havenstaatcontrole (Port State Control).

Hoe pakt de scheepsbouw geluiddemping al in de ontwerpfase aan?

Moderne scheepsontwerpen beginnen met een akoestisch model: software simuleert hoe geluid zich verspreidt door de constructie, nog voordat de eerste staalplaat is gelast. Dat geeft ingenieurs de mogelijkheid om de positie van machinekamers, de afstand tot verblijfsruimten en de doorsnedes van ventilatiekanalen te optimaliseren. Een machinekamer centraal in het schip, ver van slaapkwartieren, is een eenvoudige maar effectieve maatregel.

Op verblijfsruimteniveau worden drijvende vloeren toegepast: de vloerplaat rust op elastische kokers en heeft geen starre verbinding met het scheepsdek. Hetzelfde principe geldt voor wanden die niet direct aan de scheepsconstructie zijn vastgelast, maar op een luchtsplit met akoestische bevestigingen zijn gemonteerd. Het systeem werkt als een gebouw-in-een-gebouw. De bemanningshut is akoestisch vrijwel volledig ontkoppeld van de romp.

Veelgestelde vragen

Volgens de IMO Noise Code MSC.337(91) mag het geluidsniveau in hut- en slaapruimten niet hoger zijn dan 60 dB(A). Dit geldt voor schepen van 1.600 GT en groter waarvoor na 1 juli 2014 een bouwcontract is afgesloten.

Anti-vibratie-mounts zijn trillingsdempende onderstellen, opgebouwd uit afwisselende lagen staal en rubber, waarop motoren, generatoren en pompen zijn gemonteerd. Ze voorkomen dat mechanische trillingen direct in de scheepsconstructie overgaan en reduceren trillingsoverdracht met 80 tot 95 procent bij correct ontwerp en onderhoud.

Met een gekalibreerde geluidsniveaumeter (sonometer) wordt op een afstand van 1 meter van een geluidsbron of op een vaste meetpositie in een ruimte gemeten. De waarden worden uitgedrukt in dB(A), waarbij de A-weging het spectrum aanpast aan de gevoeligheid van het menselijk gehoor. Metingen worden vastgelegd in een akoestisch rapport dat bij de bouw aan de maritieme inspectie wordt overlegd.

Op hogere vaarsnelheden kan propellercavitatie inderdaad een dominante geluidsbron worden, met name als breedbandgeruis dat door het water de romp binnendringt. Op lagere snelheden is de motor doorgaans de sterkste bron. Bij speciale toepassingen, zoals onderzeebootjagers of wetenschappelijke onderzoeksschepen, is propellercavitatie juist de meest kritische factor.

Standaard combinaties zijn mineraalwol- of glasvezelpanelen (absorptie) gecombineerd met zware akoestische rubbermatten of gelamineerde staalplaten (isolatie). Voor hoge temperatuurgebieden, zoals uitlaatpijpen, worden keramische vezeldekens gebruikt. De totale opbouw, ook floating floor of sandwich-panelen, wordt afgestemd op de frequentiekarakteristiek van de dominante geluidsbron.

Bronnen

Lees ook