Ga naar inhoud
Havens

Hoe werkt het loodswezen

Van loodskotter tot radar: de stille gidsen van onze zeehavens

Door Saar Vermeer · Maritiem journalist 10 min lezen
Loods klimt via loodstouwladder aan boord van groot containerschip op open zee

In 1988 werd het Nederlands Loodswezen verzelfstandigd. Tot dat jaar viel het loodswezen rechtstreeks onder de overheid. Die stap naar zelfstandigheid veranderde niets aan de essentiële taak: elk groot zeeschip dat een Nederlandse haven binnenloopt, heeft bij aankomst en vertrek recht op een loods aan boord. Sterker nog: voor de meeste schepen is het verplicht.

Waarom bestaat de loodsplicht?

Een moderne zeehaven is een druk en smal vaarwater. Denk aan de Nieuwe Waterweg naar Rotterdam: 23 kilometer lang, op sommige plaatsen slechts 250 meter breed, met een continue stroom tankers, containerschepen en bulkcarriers in beide richtingen. Eén vergissing kan leiden tot aanvaring, grondstoting of milieuramp. De loods kent de lokale omstandigheden: stroompatronen, ondiepten, ankergebieden, verkeersseparatiestelsels en de karakteristieken van aangrenzende kades.

De loodsplicht geldt voor zeeschepen met een bruto tonnage van 500 GT of meer die een Nederlandse haven aandoen. Uitzonderingen bestaan voor gezagvoerders met een bevoegdheidsverklaring (BVK), waarmee je aantoont de vaarroute zo goed te kennen dat een loods overbodig is. Zo'n BVK vraag je aan via de regionale loodsencorporatie en wordt periodiek getoetst.

De organisatie: NLc en NLBV

Loodskotter op de Noordzee bij de Eurogeul nabij Rotterdam

Het loodswezen bestaat uit twee pijlers die nauw samenwerken. De Nederlandse Loodsencorporatie (NLc) is het publiekrechtelijke deel. De NLc bewaakt de kwaliteit van het beroep, regelt het pensioenfonds en stelt de opleidingseisen vast. Tegelijk is de NLc de stem van de loodsen naar de overheid en internationale organisaties.

De bedrijfsmatige pijler is de Nederlands Loodswezen B.V. (NLBV). Die zorgt voor het vervoer van loodsen naar schepen, de digitale informatiesystemen en de administratieve afhandeling. Simpel gezegd: de NLc gaat over de mensen en de normen, de NLBV over de operationele ondersteuning.

Operationeel werkt het loodswezen vanuit vier regio's: Noord (Groningen/Delfzijl), Amsterdam-IJmond, Rotterdam-Rijnmond en Scheldemonden (Vlissingen/Terneuzen). Elke regio heeft een Regionale Loodsencorporatie (RLc) met eigen loodsen die specialist zijn in hun vaargebied. Een Rotterdam-loods kent de Waterweg, maar bootst niet de kennis na van een collega die dagelijks de Westerschelde bevaart.

Een registerloods is geen werknemer maar een zelfstandig beroepsbeoefenaar. Je treedt toe tot een maatschap en deelt in de winst. Dat geeft onafhankelijkheid, maar ook verantwoordelijkheid.

Werkenbijhetloodswezen.nl

Hoe verloopt de feitelijke beloodsing?

Loodsen in operatiecentrum bewaken scheepvaartverkeer op radarschermen

Een schip dat Rotterdam wil binnenlopen, meldt zich ruim van tevoren aan via het Vessel Traffic Service (VTS) systeem. Op basis van dat bericht wordt een loods ingepland. In de praktijk staan er permanent loodskotters op de Noordzee klaar, rond de Pilot Station Maas nabij de Eurogeul.

Bij rustig weer stuurt de kotter een kleine jol naar de zijde van het binnenkomende schip. De loods beklimt de loodstouwladder, een gestandaardiseerde touwladder waarvan de sporten minimaal 480 millimeter breed zijn en maximaal 9 meter van het wateroppervlak hangen. Bij harde wind of hoge golfslag is het aan boord klimmen via de ladder te gevaarlijk. Dan wordt de loods per helikopter overgebracht, of wijkt men uit naar een andere methode: de LOA-beloodsing (Loods Op Afstand).

Loodsen op afstand: de LOA-procedure

Bij een LOA begeleidt een speciaal opgeleide loods het schip vanuit een radarstation aan de wal, totdat het binnenvaart voorbij de havenhoofden en een fysieke loods veilig aan boord kan komen. Die combinatie van radarloods en boordloods verlengt het operationele venster bij slechte weersomstandigheden aanzienlijk. Rotterdam paste de LOA-procedure begin jaren negentig als een van de eerste havens ter wereld op grote schaal toe.

Opleiding: van stuurman tot registerloods

Wie registerloods wil worden, begint met een HBO-opleiding aan een maritieme academie (ANS, Maritime Institute Willem Barentsz) en bouwt vervolgens voldoende vaartijd op als stuurman of gezagvoerder op zeeschepen. Daarna volgt de opleiding tot registerloods, een mastertraject in samenwerking met de NLc. Tijdens de opleiding ontvang je een studietoelage en reis je mee met ervaren loodsen op alle schepen in het aandachtsgebied.

De opleiding duurt gemiddeld twee tot drie jaar. Je leert de hydrografie van je regio tot op de meter nauwkeurig kennen: ondieptes, bodemsoorten, ankergebieden, verkeersstromen en de invloed van wind en getij op scheepsmanoeuvres. Na afronding word je lid van de RLc en werk je als zelfstandig beroepsbeoefenaar binnen de maatschap.

  1. 1831 Eerste formele loodsregeling

    Nederland regelt het loodswezen voor het eerst bij wet, als reactie op toenemende scheepvaart op de Rijn en Maas.

  2. 1988 Verzelfstandiging

    Het loodswezen wordt verzelfstandigd: de NLc (publiekrechtelijk) en NLBV (bedrijfsmatig) ontstaan als twee complementaire pijlers.

  3. 1995 LOA-procedure landelijk ingevoerd

    Loodsen op afstand worden via radarstations operationeel voor alle grote Nederlandse zeehavens, waardoor beloodsing bij slecht weer beter mogelijk is.

  4. 2015 Digitale planningsoptimalisatie

    Samen met CGI Nederland introduceert het loodswezen een real-time planningssysteem dat loodsbeschikbaarheid en scheepsaankomsten koppelt.

Toezicht en tarieven

Omdat het loodswezen een monopoliepositie bekleedt (er is geen concurrente aanbieder), staat het onder toezicht van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De ACM controleert of de loodsgeldtarieven redelijk zijn en of de dienstverlening aan kwaliteitseisen voldoet. Loodsgeld wordt berekend op basis van de bruto tonnage van het schip en de te beloopsen afstand. Een loodsbeurt voor een grote containertanker in de Waterweg bedraagt al snel enkele duizenden euro's.

Het loodswezen loods jaarlijks ruim 90.000 schepen. Dat getal omvat zowel aankomsten als vertrekken in alle Nederlandse zeehavens, inclusief de Vlaamse Scheldehavens waarvoor Nederland loodsdiensten levert op grond van het Scheldeverdrag.

Innovatie: digitale ondersteuning aan boord

Moderne loodsen nemen steeds vaker een tablet of gespecialiseerde piloot-PDA mee aan boord. Die geeft real-time positiedata, stroom- en windmetingen en een nauwkeurig beeld van de actuele waterstand. In samenwerking met de CGI Nederland-groep ontwikkelde het loodswezen een planningssysteem dat vraag en aanbod van loodsen optimaliseert: het juiste brevet, op de juiste locatie, precies op tijd.

Veelgestelde vragen

Voor zeeschepen met 500 GT of meer geldt in de meeste Nederlandse havens loodsplicht. Uitzondering: gezagvoerders met een geldige bevoegdheidsverklaring (BVK) mogen zonder loods varen op de routes waarvoor de BVK is afgegeven.

Nee. De loods heeft een adviserende rol. De gezagvoerder (kapitein) blijft te allen tijde verantwoordelijk voor het schip. In de praktijk neemt de loods de navigatie over, maar de kapitein behoudt juridische eindverantwoordelijkheid en kan ingrijpen.

Via een loodstouwladder aan de zijkant van het schip, opgehaald door een kleine jol vanuit de loodskotter. Bij slecht weer wordt de loods per helikopter overgebracht of werkt hij via de LOA-procedure (Loods Op Afstand) vanuit een radarstation aan wal.

Een registerloods is geen werknemer maar lid van een maatschap. Het inkomen is afhankelijk van het aandeel in de gezamenlijke loodsgeldopbrengst. Gezien het verantwoordelijke werk en de zware opleiding ligt het inkomen aanzienlijk boven modaal.

Ja. Op grond van het Scheldeverdrag verzorgt het Nederlandse loodswezen de beloodsing op de Westerschelde, ook voor schepen die naar Gent, Antwerpen of Terneuzen varen. De Scheldemondregio werkt daartoe nauw samen met Belgische autoriteiten.

Bronnen

Lees ook