Vier tot vijfhonderd fluitschepen per jaar verlieten in de zeventiende eeuw de Hollandse en Zeeuwse scheepswerven. Dat tempo was alleen mogelijk dankzij de windmolen-gedreven zaagmolen, die hout mechanisch kon verzagen, en een gestandaardiseerd scheepsontwerp dat zeilers en timmerlieden al kenden. Dit ene scheepstype, de fluyt, maakte de Nederlandse Republiek tot de dominante handelsmogendheid van de wereld. Maar de fluyt was slechts één episode in een verhaal dat al drieduizend jaar loopt.
Begin bij het begin: vroege zeilschepen van Feniciërs en Grieken
Rond 1500 voor Christus bouwden de Feniciërs al zeegaande handels- en oorlogsschepen. Hun galei's waren smal, laag en snel, aangedreven door roeiers en een enkelvoudig vierkant ra-zeil. De Grieken verfijnden het concept rond 500 voor Christus tot de triërem, een oorlogsschip met drie rijen roeiers aan elke zijde. Zeilkracht was voor het manoevreren in haven en bij windstilte secundair; op open zee kon het enkelvoudige zeil de roeiers ontlasten.
Pas in de Middeleeuwen verschoof het accent volledig naar wind als aandrijving. De kogge, een breed, robuust schip met een hoog boord, werd in de twaalfde en dertiende eeuw het standaard koopvaardijschip van de Hanze. Een kogge mat 20 tot 25 meter en voerde één mast met een vierkant zeil. Hij was makkelijk te bouwen, sterk in het ruwe water van de Noordzee en kon met een kleine bemanning worden gevaren.
Ontdek hoe de meest-mast tuigage de wereld veranderde
De grote ommekeer kwam in de vijftiende eeuw, toen Portugese en Spaanse schipbouwers meerdere masten combineerden met zowel vierkante als langsscheepse zeilen. Het resultaat was de caravel, een behendig ontdekkingsschip van 20 tot 30 meter met twee of drie masten. Christoffel Columbus gebruikte een caravel, de Niña, op zijn reis van 1492. De Pinta en de Santa María waren ook caravels of nao's, verwante scheepstypen.
Op de caravel volgde de kraak (nao), groter en met vier masten. Daarna kwamen de galjoen en het fregat: oorlogsschepen ontworpen voor snelheid, wendbaarheid en vuurkracht. Een zeventiende-eeuws fregat had drie masten met volledig vierkant tuig op de voor- en grootmast en een latijnzeil op de bezaansmast. Fregatten maten doorgaans 35 tot 50 meter en waren zowel als escorteschip als zelfstandige kruiser inzetbaar.
Het fregat was de Formule 1-auto van de zeventiende-eeuwse marine: snel genoeg om te vluchten, sterk genoeg om te slaan.
Vergelijk de grote koopvaardijtypen van de Gouden Eeuw
In de Republiek der Zeven Provinciën groeide een heel ecosysteem van gespecialiseerde scheepstypen. Het fluytschip, uitgevonden in Hoorn rond 1595 door Pieter Jansz Liorne, was de efficiëntste bulkcarrier van zijn tijd. De fluyt had een lengte-breedteverhouding van 6:1, een bol onderwaterschip voor maximale laadruimte en een opvallend small bovenwerk om de Sont-tol te ontwijken die op breedte werd geheven. Met een bemanning van 8 tot 12 man kon een fluyt van 37 meter tot 200 ton lading vervoeren.
Naast de fluyt opereerden de VOC-retourschepen, ook wel spiegelschepen of Oost-Injevaarders genoemd. Die waren groter (40 tot 50 meter), zwaarder bewapend en gebouwd voor de lange route via Kaap de Goede Hoop naar Batavia. Het retourschip Batavia, in 1628 vergaan bij Australië, mat 57 meter en voerde 24 kanonnen. Meer dan 300 mensen waren aan boord.
| Type | Periode | Masten / tuigage | Lengte (ca.) | Hoofdfunctie |
|---|---|---|---|---|
| Kogge | 12e-15e eeuw | 1 mast, vierkant | 20-25 m | Hansekusthandel |
| Caravel | 15e-16e eeuw | 2-3 masten, latijn/vierkant | 20-30 m | Ontdekkingsreizen |
| Fregat | 17e-18e eeuw | 3 masten, volledig vierkant | 35-50 m | Marine / escorte |
| Fluyt | 17e-18e eeuw | 3 masten, vierkant | 35-37 m | Bulkhandel / VOC |
| Bark | 18e-19e eeuw | 3+ masten, gemengd | 40-70 m | Langvaart / bulk |
| Klipper | 1845-1880 | 3-5 masten, vierkant | 60-90 m | Thee-, wol-, goudhandel |
Leer de bark, brik en schoener kennen
In de achttiende en negentiende eeuw diversifieerde de tuigage verder. Een bark heeft drie of meer masten: de voor- en grootmast zijn volledig vierkant getuigd, de bezaansmast draagt alleen langsscheepse zeilen. Die combinatie maakte de bark wendbaar en efficiënt met een kleine bemanning, ideaal voor de langvaart. Veel koffieschepen, graanschepen en guano-carriers op de route naar Zuid-Amerika waren barken.
De brik (brigantijn) was kleiner, met twee masten. De grootmast volledig vierkant, de voormast met een combinatie van vierkante en langsscheepse zeilen. Brigs waren populair als oorlogsschip en postschip vanwege hun snelheid. De schoener was het tegenovergestelde: alle masten met fore-and-aft zeilen (langsscheeps), waardoor hij beter in de wind kon. Schoeners van twee tot zes masten domineerden de kustvaart en de kabinenhandel langs de Amerikaanse oostkust en de Baltische landen.
Zie hoe de klipper de kroon spande
Het hoogtepunt van het zeilschip was de klipper, die tussen 1845 en 1880 de theehandel, de wolhandel en de goudkoorts domineerde. Een klipper had een smal, scherp onderwaterschip, een hoge boeg en tot vijf masten met een enorm zeiloppervlak. De snelste exemplaren haalden gemiddeld 15 tot 17 knopen over lange stukken. De Cutty Sark, nu bewaard in Greenwich, mat 85 meter en had een zeiloppervlak van 2.973 vierkante meter.
De klipper verloor zijn positie niet door gebrek aan snelheid, maar door de opening van het Suezkanaal in 1869. Het kanaal verkleinde de afstand tussen Europa en Azië met duizenden zeemijlen, maar was te smal en te ondiep voor zeilschepen die afhankelijk waren van open-oceaan wind. Stoomschepen konden het kanaal wél gebruiken. Binnen twintig jaar was de klipper van de grote handelsroutes verdwenen.
-
1500 v. Chr.
Fenicische zeilers
Eerste zeegaande handels- en oorlogsschepen met enkelvoudig ra-zeil.
-
ca. 500 v. Chr.
Griekse triërem
Drie rijen roeiers, één zeil; dominant oorlogsschip in de Middellandse Zee.
-
1200-1400
De kogge
Hanzekogge met hoog boord en één mast wordt standaard voor Noordzee-handel.
-
1492
Caravel en ontdekkingen
Columbus bereikt Amerika met caravel Niña en nao Santa María.
-
1595
Uitvinding van de fluyt
Pieter Jansz Liorne ontwerpt in Hoorn de eerste fluyt; 400-500 per jaar geproduceerd.
-
1845-1869
Glorietijd van de klipper
Snelle klippers domineren theehandel; Cutty Sark (1869) haalt gemiddeld 17 knopen.
-
1869
Opening Suezkanaal
Stoomschepen winnen de concurrentiestrijd; het grote zeiltijdperk is voorbij.