Wat doet een ankerman precies, en bestaat die functie eigenlijk nog? De term klinkt oud, maar het werk is springlevend. Op elk groot zeeschip staat bij vertrek en aankomst een of meer bemanningsleden op het voordek klaar om het anker te bedienen, de meerdraden te managen en de officier op de brug via handseinen te informeren. Die persoon heet informeel de ankerman of voordek-matroos.
Anker vieren en lichten
De meest zichtbare taak is het vieren en lichten van het anker. Vieren betekent het anker laten zakken tot op de zeebodem; lichten is het ophalen. Beide handelingen verlopen via de ankerspil (windlass), een elektrisch of hydraulisch aangedreven kabelmechanisme op het voordek. De ankerman bedient de hendels van de windlass, controleert de aanloop van de ankerketting en bewaakt de rem wanneer het anker de bodem raakt.
Bij het lichten van het anker drijft de kapitein het schip langzaam vooruit, terwijl de ankerman de ketting inhaalt. Staat de ketting loodrecht omhoog, dan geeft de ankerman een handteken naar de brug: het anker zit 'up and down'. Zodra het anker loskwam van de bodem, seint de ankerman 'vrij voor anker' en kan het schip manoeuvreervermogen opbouwen.
De communicatie tussen voordek en brug moet vlekkeloos zijn. De ankerketting maakt zoveel lawaai dat spraak onverstaanbaar is. Handseinen zijn de enige betrouwbare taal.
Meertros uitbrengen en terugnemem
Bij het afmeren aan een kade werkt de ankerman samen met de achterdek-crew. Het voordek is verantwoordelijk voor de voorste meerlijnen: boegtrossen, springtrossen en het breidsel dat het schip op zijn plek houdt. Het uitbrengen van een meertros gaat als volgt: de tros wordt via een kluis (opening in de verschansing) buiten het schip gebracht, over de kade geslingerd of door havenarbeiders ontvangen, en daarna vastgezet op een bolder.
Op grotere schepen lopen de trossen via een meerwindas (mooring winch). De ankerman regelt de spanning op de lijn, zodat het schip niet te los of te strak ligt. Bij getijdenwerking of stroming van meer dan 2 knopen moeten de trossen regelmatig worden bijgesteld om breuk of knikken te voorkomen.
Ankermanoeuvre bij storm: een scenario
Het voorjaar van 2022, de Noordzee ten westen van IJmuiden. Een bulk carrier van 185 meter verliest tijdens een storm haveningang aan stuurboord. De kapitein besluit het anker te droppen als noodremming terwijl de motoren herstarten. De ankerman op het voordek, beschermd door oliegoed en veiligheidsharnas, krijgt via de intercom opdracht: 'Let go port anchor.'
Hij trekt de rem van de ankerketting los en laat het bakboordanker vrij vallen. Het 7,5 ton zware anker raast naar de zeebodem op 38 meter diepte. De ketting schiet met donderend lawaai door de kluis. Na 6 schalmen (schakels) geeft hij de rem er half op, na 9 schalmen zet hij de rem volledig vast. Het schip draait langzaam bij in de wind. Drie minuten later melden de motoren herstel. Het anker wordt gelicht, de ankerman stoat de ketting op en bevestigt de staalkabel die de ketting bij de kluis vergrendelt.
Niemand aan boord sprak erover. Het was routinewerk. Maar precies dat is wat een geoefende ankerman van een gevaarlijk moment een beheerste procedure maakt.
Onderhoud en dagelijks dekwerk
Buiten havenoperaties werkt een dekmatroos (de officiële functienaam in de zeevaart) aan het onderhoud van het voordek. Ankerkettingen worden geïnspecteerd op slijtage en roest, de windlass wordt gesmeerd en gekeurd, verf wordt bijgehouden tegen corrosie van het zoute zeewater. Op een moderne bulkcarrier of containerschip besteedt de dekploeg dagelijks meerdere uren aan preventief onderhoud.
Dekmatrozen staan ook in voor uitkijkdiensten, hulp bij het bijvullen van bunkers en assistentie bij reddingbootinspecties. Op kleinere koopvaardijschepen met een bezetting van 10 tot 14 man kan een matroos op één dag zowel ankerwerk doen als schilder-, las- en sjorwerkzaamheden uitvoeren.
Opleiding en rang
De functie van dekmatroos is het startpunt van een nautische carrière. De officiële weg loopt via de mbo-3 opleiding Matroos Kleine Schepen of via een doorlopend traject naar de mbo-4 Maritiem Officier. In de rangorde staat de volmatroos (Able Seaman, AS) boven de lichtmatroos. Een bootsman (bosun) leidt de dekploeg en rapporteert aan de eerste stuurman.
Wie dek als springplank naar de officiersfunctie gebruikt, vaart doorgaans twee tot vier jaar als matroos voordat hij de stuurmansopleiding aanvangt. Die praktijkervaring is niet vereist maar maakt een kandidaat wel aanzienlijk beter voorbereid op het leiden van dekcrew.