Hoe weet een schipper waar het ondiep wordt, waar een wrak ligt of welke kant van het kanaal hij moet aanhouden? Het antwoord staat letterlijk in het water: tonnen, boeien en bakens markeren elke vaarroute. Samen heet dat de betonning.
Betonning: het alfabet van het vaarwater
Betonning is het systeem van drijvende en vaste markeringen dat vaarwegen afbakent in ondiep of gevaarlijk water. Een ton drijft op anker; een baken staat vast op de bodem of op een oever. Lichtboeien hebben een eigen lichtsignaal; blinde tonnen niet. Sparboeien zijn smal en laag, bedoeld voor gebieden met veel wind en stroming.
Kleur, vorm en topteken zijn de drie talen die een ton spreekt. Rood of groen geeft de zijde van de vaargeul aan. Geel-zwart of geel-rood markeert gevaren of speciale gebieden. Wie eenmaal weet hoe hij dat leest, navigeert zelfverzekerd op onbekend water.
Twee eeuwen verwarring: de weg naar een wereldstandaard
Tot 1976 bestonden er wereldwijd meer dan 30 verschillende betonningssystemen. In sommige landen lag rood rechts bij het binnenkomen van een haven; elders lag rood juist links. Schippers die van de ene naar de andere regio voeren, moesten omschakelen. Vergissingen leidden geregeld tot strandingen en ongelukken.
-
1889
Washington-conferentie
Eerste internationale conferentie over uniforme betonning. Afgesproken werd een lateraal systeem te gebruiken. De invoering strandde echter op tegengestelde belangen.
-
1912
Sint-Petersburg: terug bij af
Conferentie in Sint Petersburg stelde voor het besluit van 1889 terug te draaien. Nationale systemen bleven bestaan; de verwarring groeide.
-
1936
League of Nations-akkoord
Een gedeeltelijk akkoord onder de Volkenbond bracht kleine verbeteringen, maar geen echte uniformiteit. Meer dan 30 systemen bleven naast elkaar bestaan.
-
1976
IALA-conferentie Geneve
De International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities (IALA) presenteerde een nieuw wereldwijd systeem, verdeeld in Regio A en Regio B.
-
1980
Tokio: formele invoering besloten
Op de IMO-conferentie in Tokio werd officieel besloten tot invoering van het IALA-systeem. Nederland en de rest van Europa vielen onder Regio A.
-
1982-1990
Gefaseerde uitrol
Landen voerden het systeem stapsgewijs in. Na 1990 gold IALA praktisch wereldwijd als standaard.
IALA-A: hoe het systeem voor Europa en Nederland werkt
Nederland valt onder IALA Regio A. Dat geldt voor Europa, Afrika, Australie en Azie. In dit systeem is rood de bakboordkant (linker oever bij binnenkomst vanuit zee) en groen de stuurboordkant (rechter oever). Een ezelsbruggetje: rood-links bij terugkeer. Regio B (Amerika, Japan, Zuid-Korea, Filipijnen) gebruikt het omgekeerde.
Laterale en kardinale betonning
Het IALA-systeem kent twee hoofdcategorieen. Laterale betonning markeert de randen van vaargeullen: rood links, groen rechts bij binnenkomst vanuit zee. Kardinale betonning markeert een gevaar zelf, ongeacht de vaarrichting. De naam verwijst naar de windstreken: een Noord-kardinale ton staat ten noorden van het gevaar. De kleurcode is geel-zwart in vaste patronen, afhankelijk van de windstreek.
Bijzondere tonnen: gevaar, wrak en speciale gebieden
Naast laterale en kardinale betonning bestaan er drie andere typen. Een gevarenmarkering (rood-wit gestreept, bolvormig topteken) staat op een geissoleerd gevaar. Een veiligwatermarkering (rood-wit verticaal gestreept) geeft het midden van een vaargeul aan. En een speciale markering (geel, X-topteken) wijst op ankerplaatsen, kabelroutes of afgebakende sportvisgebieden.
Binnenwater: het SIGNI-systeem naast IALA
Op Nederlandse binnenwateren geldt naast IALA ook het SIGNI-systeem (Signalisation de voies de Navigation Interieure). SIGNI wordt gebruikt op rivieren, kanalen en meren. Veel principes overlappen met IALA, maar de vorm van de ton verschilt soms. Beide systemen onderscheiden laterale en kardinale betonning, wat de overgang tussen zeevaart en binnenvaart vergemakkelijkt.