Al in 1886 voer het eerste stoomgedreven tankschip over de Rijn: de 67 meter lange Westerwald vervoerde petroleum voor de Nobels, de Russische oliefamilie. Sindsdien groeide de binnenvaarttanker uit tot een onmisbare schakel in de Europese brandstof- en chemielogistiek. Vandaag transporteren binnenvaarttankers jaarlijks ruim 100 miljoen ton vloeibare lading over de Rijn, Donau, Seine en de Nederlandse kanalen.
Vier typen binnenvaarttankers
De Europese regelgeving, vastgelegd in het ADN-verdrag (Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par voies de Navigation intérieures), deelt binnenvaarttankers in vier hoofdtypen in. Elk type heeft andere technische eisen voor de ladingtanks, het gasvrij maken en de veiligheidsinstallaties.
- Type N (Normaal): voor minder gevaarlijke vloeistoffen zoals diesel, stookolie en plantaardige oliën. Eenvoudigste constructie-eisen.
- Type C (Chemie): voor agressieve of toxische chemicaliën zoals zwavelzuur, methanol en acrylnitrile. Verstevigde tanks, dubbele wanden bij bepaalde stoffen.
- Type G (Gas): voor vloeibaar gas onder druk of bij lage temperatuur, bijvoorbeeld LPG en ammoniak. Druktanks die soms tot min 104 graden Celsius worden gekoeld.
- Bunker- en smeerolientankers: leveren brandstof en smeerolie aan andere schepen in havens en op ankerplaatsen; vallen technisch onder type N.
Afmetingen: van Dortmund-Ems tot Rijn-klasse
De afmetingen van een binnenvaarttanker worden bepaald door de sluizen, brugdoorhoogtes en vaarwegklassen op de route. Op de Rijn en de grote Nederlandse waterwegen zijn de grootste schepen tot 135 bij 21,80 meter toegestaan. Een standaardtanker van 110 bij 11,40 meter vervoert circa 3.000 ton lading; de grootste Rijn-klasse van 135 bij 21,80 meter haalt 9.500 ton.
| Type | ADN-klasse | Typische lading | Max. afmeting (L x B) | Laadvermogen |
|---|---|---|---|---|
| Normaal (N) | Type N | Diesel, stookolie, plantaardige oliën | 135 x 21,80 m | tot 9.500 t |
| Chemie (C) | Type C | Methanol, zwavelzuur, acrylnitrile | 110 x 13,50 m | tot 5.320 t |
| Gas (G) | Type G | LPG, ammoniak, butaan | 80 x 9,50 m | tot 1.200 t |
| Bunker/smeerolie | Type N | Scheepsdiesel, smeeroliën | 86 x 9,60 m | tot 2.400 t |
Wat zijn de veiligheidseisen?
Het ADN wordt elke twee jaar herzien en stelt gedetailleerde eisen aan de constructie, de bemanning en de lading. Zo moeten type C-tankers bij bepaalde stoffen voorzien zijn van een gasretourleiding, zodat dampen niet in de buitenlucht vrijkomen tijdens het laden. Type G-schepen vereisen speciale branddetectie en verplichte drukontlastingskleppen.
Zichtbaar voor iedereen op het water zijn de blauwe kegels of blauwe lichten die een tankschip voert als het gevaarlijke stoffen aan boord heeft. Eén blauwe kegel betekent een stof van gevaarklasse 3 (brandbare vloeistof); drie kegels signaleren het meest gevaarlijke vervoer, zoals LPG of ammoniak. Andere schepen en jachten moeten bij drie kegels een grotere afstand bewaren.
Ontgassen: een groeiend milieuvraagstuk
Na het lossen blijven dampresten in de tanks achter. Vroeger werden die gewoon in de buitenlucht gespuid, ontgassen geheten. Dat stoot benzeen, tolueen en andere schadelijke stoffen uit. Sinds 2024 geldt in Nederland en Belgium een verbod op het ontgassen van benzine en benzeen in de open lucht; tankers moeten naar een erkende ontgassingsinrichting aan de wal. Het ADN 2025 breidt die lijst van verboden stoffen verder uit.