Ga naar inhoud
Rederijen techniek

Wat is een retrofit van een schip

Zeven redenen waarom rederijen bestaande schepen ombouwen in plaats van nieuwe te bestellen

Door Saar Vermeer · Maritiem journalist 6 min lezen
Binnenvaartschip in droogdok tijdens technische ombouw

Nieuwe schepen bestellen kost tijd en kapitaal. Een retrofit is het alternatief: een bestaand schip technisch upgraden zodat het voldoet aan nieuwe eisen, zuiniger vaart of een andere lading kan vervoeren. De term omvat alles van een kleine motoraanpassing tot een volledige verbouwing van het voortstuwingssysteem.

Hieronder staan de zeven meest uitgevoerde retrofitvormen in de huidige scheepvaart.

1. Scrubberinstallatie

Sinds de IMO-zwavelregel van 2020 mag scheepsbrandstof nog maximaal 0,5 procent zwavel bevatten, of 0,1 procent in emissiecontrolezones (ECA's) zoals de Noordzee. Rederijen die goedkopere zware stookolie (HFO) willen blijven gebruiken, laten een scrubber installeren. Een scrubber wast de uitlaatgassen met zeewater, waarbij het zwaveldioxide grotendeels wordt verwijderd. De installatie vergt een droogdokperiode van enkele weken en een investering van een paar miljoen euro, afhankelijk van het scheepstype.

2. Ombouw naar LNG-aandrijving

LNG-brandstoftanks op dek van een zeeschip

Vloeibaar aardgas (LNG) verlaagt zwavelemissies tot bijna nul, stikstofoxiden (NOx) met circa 85 procent en fijnstof met 95 procent ten opzichte van conventionele stookolie, aldus onderzoek van DNV GL. Een LNG-retrofit vereist cryogene brandstoftanks (opslag bij min 162 graden Celsius) en een nieuw gassysteem. De ombouw is ingrijpend, maar voor schepen met een resterende vaartijd van 15 jaar of meer financieel aantrekkelijk.

3. SCR-katalysator

Een Selective Catalytic Reduction (SCR)-systeem reduceert NOx-uitstoot door ureum in de uitlaatgassen te injecteren. De chemische reactie zet schadelijke stikstofoxiden om in stikstof en waterdamp. In de binnenvaart subsidieert de Nederlandse overheid SCR-installaties via de Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen (SRVB), met maximale bedragen van 500.000 tot 3 miljoen euro per project, afhankelijk van de schaal van de ombouw.

4. Motorvervanging (Stage V)

Oudere dieselmotoren voldoen niet aan de huidige Europese emissienormen. Een Stage V-motorretrofit vervangt de hoofdmotor door een nieuwer exemplaar dat voldoet aan de strengste Europese uitstootnormen. De Nederlandse overheid reserveerde tussen 2026 en 2030 circa 230 miljoen euro voor ombouw van voortstuwing van binnenvaartschepen, met als doel 150 tot 160 schepen voor 2032 te verduurzamen.

5. Scheepsverlenging

Een schip kan letterlijk worden verlengd door het midscheeps door te snijden en een nieuw stuk romp in te lassen. Dit verhoogt de laadcapaciteit zonder dat een volledig nieuw schip nodig is. Scheepswerven zoals Kooiman Marine Group in Nederland voeren deze ingreep regelmatig uit op binnenvaartschepen en kleinere zeeschepen. De lengte-aanpassing verandert ook de stabiliteitsberekeningen, waardoor een nieuwe klasse-certificering vereist is.

6. Energiebesparende appendages

Stroomlijnkappen achter de schroef (propeller boss cap fins), voorleidvinnen (pre-swirl stators) en roerverbeteringen verlagen de brandstofconsumptie met 3 tot 8 procent per maatregel. Ze zijn relatief goedkoop en kunnen vaak worden aangebracht tijdens een reguliere droogdokbeurt zonder extra lig-tijd. Voor grote containerschepen die duizenden liters stookolie per dag verbruiken, rechtvaardigt zelfs 3 procent besparing een snelle terugverdientijd.

7. Batterij- of hybride installatie

Veerboten, sleepboten en shortsea-schepen worden in toenemende mate uitgerust met batterijpakketten. Een hybride systeem laat de dieselmotor op optimaal toerental draaien terwijl pieken in de energievraag door de batterij worden opgevangen. Volledig elektrische veerponten bestaan al op korte routes. In de binnenvaart zijn meerdere schepen omgebouwd naar plug-in hybride aandrijving, waarbij de batterijen tijdens het laden of lossen worden opgeladen vanuit walstroom.

Bronnen

Lees ook