Al in de 17e eeuw voeren de eerste sloepen mee als bijboot op grote VOC-schepen. Roeiers zetten matrozen aan land, sjouwden lading en hielden contact met de haven. Die oorsprong verklaart meteen wat een sloep zo bruikbaar maakt: hij is open, wendbaar en geschikt voor allerlei taken.
Wat maakt een sloep een sloep?
Een sloep is een open motorboot met een vlakke of licht gebogen romp, een karakteristieke stootrand van touw of rubber langs de scheepsrand en doorgaans een buitenboordmotor of een kleine inboordmotor. De lengte varieert van 4 tot circa 8 meter, het gewicht van 200 tot 900 kilogram. Kenmerkend is de brede, stabiele romp die veel ruimte biedt voor passagiers, zonder dat er sprake is van een kajuit.
Het woord sloep stamt waarschijnlijk af van het Franse chaloupe, een term die in de 15e eeuw kleine vissersbootjes aanduidde. In de Nederlandse marine en koopvaardij werd de sloep de standaard bijboot: een werkpaard op het water.
Sloep versus tender: de verschillen op een rij
| Kenmerk | Sloep | Tender |
|---|---|---|
| Rompvorm | Breed, stabiel, vlak of licht V | Smal, snel, dieper V-schip |
| Typische lengte | 4 tot 8 meter | 5 tot 10 meter |
| Topsnelheid | Tot circa 20 km/u | 20 tot 50+ km/u |
| Motortype | Buitenboord, klein inboord, elektrisch | Buitenboord of inboord, groter vermogen |
| Gebruik | Grachten, meren, stadsvaart | Bijboot jacht, open water, snelle dagtochten |
| Stootrand touw | Ja, klassiek kenmerk | Soms, afhankelijk van model |
| Prijs nieuw | Vanaf ca. 8.000 euro | Vanaf ca. 15.000 euro |
De grens tussen sloep en tender is niet altijd scherp. Veel fabrikanten spreken tegenwoordig van een tendersloep, een hybride die het comfort van een klassieke sloep combineert met de slankere romp en hogere topsnelheid van een tender. Voor rustige dagtochten op binnenwater kies je dan eerder een brede sloep. Wie regelmatig sneller wil varen of grotere golven wil trotseren, is beter af met een tender.
Waarvoor gebruik je een sloep?
De sloep is veelzijdiger dan hij eruitziet. Op de grachten van Amsterdam, Utrecht en Leiden zijn het de populairste gehuurde boten, zeker na de sterke groei in recreatief varen tijdens en na de coronajaren. Maar ook als bijboot bij een grotere motorjacht of zeiljacht is de sloep populair: je ankert op een rede, zet de sloep te water en roeit of vaart naar de kade.
- Dagtochten op binnenwater, grachten en meren
- Verhuur en toeristische rondvaart in steden
- Bijboot bij zeiljachten en motorjachten
- Vissen op rustig water
- Transport van kleine groepen op havens en rede
Hoeveel vermogen heb je nodig?
Voor rustig varen op binnenwater is een motor van 5 tot 15 pk meer dan voldoende. Moderne sloepen zijn ook verkrijgbaar met elektrische buitenboordmotoren, ideaal voor vaargebieden waar geluidsnormen gelden. Op grotere wateren en bij hogere gewenste snelheden (boven 20 km/u) zijn motoren van 40 tot 100 pk gebruikelijk, al verandert een sloep dan feitelijk in een tendersloep.
Vaarbewijs: wanneer heb je het nodig?
Op de meeste Nederlandse binnenwateren heb je voor een sloep geen vaarbewijs nodig, mits je snelheid onder 20 km/u blijft en de boot korter is dan 15 meter. Wil je sneller varen of ga je de Waddenzee of Zeeland op, dan is het Klein Vaarbewijs I of II verplicht. Controleer altijd de vaargebied-specifieke regels: op sommige recreatieplassen gelden eigen maximumsnelheden.