Een hardnekkige misvatting is dat je voor een kleine roeiboot of een gehuurde sloep altijd een vaarbewijs nodig hebt. Dat klopt niet. De vaarbewijsplicht in Nederland hangt af van twee factoren: de snelheid waartoe het vaartuig in staat is en de lengte ervan. Wie alleen op rustige kanalen vaart met een bootje dat niet sneller kan dan 20 kilometer per uur en korter is dan 15 meter, hoeft niets te halen. Maar zodra één van die grenzen wordt overschreden, ligt dat anders.
Wanneer is een vaarbewijs wettelijk verplicht?
De basisregel stamt uit het Binnenvaartpolitiereglement en de Wet pleziervaartuigen 2016. Een vaarbewijs is verplicht als het vaartuig sneller kán dan 20 km/u (ook als de bestuurder langzamer vaart) of als het vaartuig 15 meter of langer is. Bij boten van 25 meter en langer geldt bovendien een Groot Pleziervaartbewijs. Varen zonder verplicht bewijs levert een boete op van 600 euro.
Leeftijd speelt ook een rol. Jongeren van 16 en 17 jaar mogen met een Klein Vaarbewijs 1 varen, maar voor het Klein Vaarbewijs 2 moet de bestuurder minimaal 18 jaar zijn. Onder de 16 jaar is zelfstandig varen met een motorboot in de meeste gevallen niet toegestaan.
Wat is het verschil tussen KVB1 en KVB2?
Het Klein Vaarbewijs 1 (KVB1) geldt voor binnenwateren: rivieren, kanalen en meren die niet als 'groot open water' zijn aangemerkt. Denk aan de Vecht, de Lek, het Noord-Hollands Kanaal of de meeste Friese meren. Het examen wordt afgenomen door het CBR en bestaat uit een theorietoets van 40 vragen. De examenkosten bedragen 53,15 euro; inclusief gezondheidsverklaring en bewijs-pas betaal je aan het CBR in totaal circa 79 euro.
Het Klein Vaarbewijs 2 (KVB2) voegt de grote open wateren toe aan het toegestane vaargebied. Met een KVB2 mag worden gevaren op het IJsselmeer, het Markermeer, het IJmeer, de Waddenzee, de Oosterschelde en de Westerschelde, en op de Eems en Dollard. Voor het KVB2-examen betaal je 63,25 euro aan het CBR. Wie beide bewijzen tegelijk aanvraagt, betaalt voor de gezondheidsverklaring en de pas maar één keer: totaal circa 142 euro aan vaste CBR-kosten, exclusief een eventuele cursus.
| Bewijs | Geldig vaargebied | Minimumleeftijd | CBR examenbedrag |
|---|---|---|---|
| Klein Vaarbewijs 1 | Binnenwateren (rivieren, kanalen, meren) | 16 jaar | € 53,15 |
| Klein Vaarbewijs 2 | Binnenwateren + IJsselmeer, Waddenzee, Ooster-/Westerschelde | 18 jaar | € 63,25 |
| Groot Pleziervaartbewijs 2 | Alle wateren, vaartuigen 25-40 m | 18 jaar | Op aanvraag CBR |
Wat houdt het Groot Pleziervaartbewijs 2 in?
Voor vaartuigen van 25 tot 40 meter is het Groot Pleziervaartbewijs 2 (GPB2) verplicht. Dit bewijs vraagt meer kennis van navigatie, reglementen en veiligheid. Het examen omvat zowel een theorie- als een praktijkgedeelte. Eigenaren van grote zeiljachten of motorjachten boven de 25 meter die ook op zee varen, combineren het GPB2 doorgaans met een internationaal certificaat zoals het ICC of het Coastal Skipper-diploma.
Hoe het examen werkt en wat je moet weten
Het CBR neemt alle pleziervaartexamens af via een digitale toets op een vast examenlocatie. Voor het KVB1 zijn 40 meerkeuzevragen te beantwoorden binnen 45 minuten; minimaal 30 goede antwoorden zijn nodig om te slagen. Het KVB2-examen heeft 40 vragen met aanvullende stof over varen op open water, weersomstandigheden en zeestromingen. Er is geen praktijkexamen bij het CBR, maar sommige vaarscholen bieden een vrijwillige praktijkdag aan.
Veel recreanten onderschatten de leerstof. Vaarregels, betonning, lichtseinen voor beroepsvaart en het interpreteren van zichtbaarheidssignalen komen allemaal aan bod. Een goede voorbereiding met een erkende vaarschool of zelfstudiepakket duurt gemiddeld 10 tot 20 uur.