Een zeilboot glijdt voorbij de staketsels van Volendam, de schipper geeft gas terug en manouvreert de haven in. Rustig, zeker. Zo'n bedreven stuurman beschikt vrijwel zeker over een vaarbewijs. Maar wanneer is dat bewijs nu precies verplicht, en welk type heeft u nodig voor uw wateren? In Nederland regelt de Binnenvaartpolitieregeling (BPR) wanneer een vaarder op de binnenwateren een vaarbewijs moet kunnen tonen.
Wanneer is een vaarbewijs verplicht?
Op de Nederlandse binnenwateren is een vaarbewijs verplicht zodra u vaart met een motorboot die een snelheid van meer dan 20 km/u kan bereiken, of met een vaartuig van 15 meter of langer. Roeibootjes, kano's en zeilboten zonder motor vallen buiten deze regels. Op de Noordzee, Waddenzee, Oosterschelde en Westerschelde gelden aanvullende eisen: daar is het Klein Vaarbewijs 2 of het Groot Pleziervaartbewijs vereist.
Klein Vaarbewijs 1: de basis voor binnenwateren
Het Klein Vaarbewijs 1 (KVB1) is het meest gevraagde bewijs voor de recreatievaart. Het geldt voor meren, rivieren en kanalen en dekt de meeste populaire vaarroutes in Nederland. U mag er mee varen op de Maas, Lek, Amsterdam-Rijnkanaal en de Friese meren. Het examen bestaat uit een theorie-onderdeel bij het CBR. In 2025 bedragen de examengelden voor het KVB1 51,30 euro. Pas een bewijs aan nadat u geslaagd bent en 18 jaar oud bent: het certificaat kost 12,25 euro en wordt aangevraagd via Mijn CBR.
Klein Vaarbewijs 2 beslaat grotere, open wateren
Wie ook op het IJsselmeer, Markermeer, de Waddenzee of de Zeeuwse delta wil varen, heeft het KVB2 nodig. Dit bewijs omvat tevens het Internationaal Certificaat van Bevoegdheid (ICC), waarmee u in veel Europese landen legaal mag varen. Het KVB2-examen kost 61,05 euro (2025). Bent u voor het KVB1 al geslaagd, dan hoeft u dat theorie-onderdeel niet opnieuw te doen: u legt alleen het aanvullende KVB2-onderdeel af.
- KVB1: binnenwateren, rivieren, kanalen en meren
- KVB2: IJsselmeer, Markermeer, Waddenzee, Oosterschelde, Westerschelde + ICC
- Groot Pleziervaartbewijs: schepen van 15 meter en langer, ook geschikt voor zeevaart in kustgebied
Groot Pleziervaartbewijs: voor grotere schepen
Het Groot Pleziervaartbewijs (GPB) is bedoeld voor pleziervaartuigen van 15 meter en langer, of wanneer u gebruik wilt maken van vaargebieden die niet onder het KVB2 vallen. U kunt het GPB alleen aanvragen als u al in het bezit bent van het Klein Vaarbewijs. Het examen bestaat uit een theoriepaper en een praktijkcomponent en wordt afgenomen door erkende instituten zoals KNWV-gecertificeerde vaarscholen. Het GPB is tevens vereist als u buitenlandse kustwateren wil bezoeken met een vaartuig van meer dan 15 meter.
Hoe bereidt u zich voor op het examen?
Voor het KVB1 en KVB2 volstaat zelfstudie via de officiële theorieboeken of online oefenexamens. Veel kandidaten halen het KVB1 na twee tot vier weken studie. Een cursus bij een vaarschool is niet verplicht maar kan helpen als u de regelgeving en de vaarkaarten lastig vindt. Het CBR biedt oefenvragen aan via zijn website. Na slagen meldt u het bewijs aan via Mijn CBR; de aanvraag verloopt volledig digitaal.