Meer dan 5.000 kilometer vaarweg in Nederland is voorzien van markering. Elke ton, elk licht, elk bord vertelt een schipper precies waar hij veilig kan varen en waar het gevaarlijk wordt. Toch weten veel recreatievaardiers niet waarom er twee verschillende systemen naast elkaar bestaan: SIGNI op binnenwater en IALA-A op zee. Kapitein De Vries legt het uit.
Begrijp het verschil: laterale tegenover cardinale markering
Vaarwegmarkering valt in twee grote categorieën uiteen. Laterale markering flankeert de randen van het vaarwater, zoals vangrails langs een snelweg. Je vaart tussen de bakens door. Cardinale markering werkt anders: die geeft aan aan welke kant van een gevaarlijk punt je veilig kunt passeren. De vier richtingen, noord, oost, zuid en west, bepalen de kleur en het topstuk van de ton.
Een schipper die laterale en cardinale markering door elkaar haalt, navigeert op gevoel. Dat werkt misschien op een rustige kanaaldag, maar in de Waddenzee bij laagwater vergeet je die fout nooit meer.
Gebruik het SIGNI-systeem op binnenwater correct
Op de Nederlandse binnenwateren geldt het SIGNI-systeem. Hier liggen rode tonnen rechts als je stroomopwaarts vaart, groen links. Kom je de rivier af, stroomafwaarts, dan draait het om: rood aan stuurboord, groen aan bakboord. Het systeem sluit naadloos aan op IALA-A zodat een schip vanuit zee dezelfde kleurlogica aanhoudt richting haven.
Herken IALA-A op zee en de Westerschelde
Op de Noordzee, de Waddenzee en de Westerschelde geldt IALA-A. De betonningsrichting loopt van zee naar land: varend richting haven of riviermondingen liggen groene tonnen rechts, rode links. Op open zee worden IALA-boeien groter en zwaarder vanwege golven en getijdenstroom. Sommige zee-boeien wegen tientallen tonnen en zijn voorzien van een lantaarn, een fluit of een radarreflector.
Op de Waddenzee wisselen de geulen voortdurend van positie. Rijkswaterstaat verplaatst boeien regelmatig, soms meerdere keren per jaar. Vertrouw altijd op actuele kaarten, niet op geheugen.
Lees lichten: kleur, ritme en periode
Markering werkt niet alleen overdag. 's Nachts identificeer je een boei of vuurtoren aan kleur, ritme en periode van het licht. Een groen flikkerlicht met een ritme van 2 flitsen per 5 seconden is iets anders dan een groen vast licht, ook al zijn beide groen. Zeevaarders noteren dit als Fl(2)G 5s. De zeekaart geeft bij elk licht de karakteristiek aan.
Wie de markeringstekens kent, navigeert rustiger en veiliger. Vaarwegmarkering is geen bureaucratische reeks kleuren maar een taal die over de eeuwen is verfijnd. En net als elke taal: hoe meer je ermee oefent, hoe vanzelfsprekender ze wordt.