Ga naar inhoud
Scheepstypen

Wat is een windjammer

Het laatste grote tijdperk van de commerciële zeilvaart

Door Kapitein Hendrik de Vries · Oud-kapitein grote handelsvaart 3 min lezen
Grote stalen windjammer met volle zeilen op de open oceaan

Wat onderscheidt een windjammer van andere grote zeilschepen? De term klinkt romantisch, maar verwijst naar een heel specifiek type koopvaardijschip: groot, stalen romp, meerdere masten met dwarsgetuigde zeilen, gebouwd om bulklading zo goedkoop mogelijk over de oceaan te vervoeren. Niet voor avontuur, maar voor winst.

Kenmerken van een windjammer

Een windjammer is minimaal een driemaster, volledig dwarsgetuigd of met een langsgetuigde achterste mast (bark-tuigage). De romp is van staal of ijzer, wat grotere afmetingen mogelijk maakte dan de houten klippers die eraan voorafgingen. De Preussen, gebouwd in 1902 voor de rederij F. Laeisz, was het enige vijfmastige volschip ooit gebouwd: 147 meter lang, 6.806 vierkante meter zeiloppervlak en meer dan 7.800 ton draagvermogen.

De bemanning was klein in verhouding tot de grootte van het schip. Dat was bewust: minder loonkosten betekenden hogere marges op de lading. Stoomschepen konden dan al sneller varen, maar windjammers hadden geen brandstof nodig en konden rendabel zijn op routes naar afgelegen havens waar kolen of water nauwelijks verkrijgbaar waren, zoals Australië, Chili en eilanden in de Stille Zuidzee.

Waar voeren windjammers op?

De typische lading was laagwaardige bulkgoederen: graan en wol uit Australië, nitraten uit Zuid-Amerika en guano van afgelegen eilanden. Routes liepen via Kaap Hoorn, de gevreesde zuidpunt van Zuid-Amerika. De vloot van kapitein Gustaf Erikson, met thuishaven Mariehamn op de Ålandeilanden, was tussen 1920 en 1940 de grootste commerciële zeilvissersvloot ter wereld, met zo'n twintig schepen.

De Pamir, gebouwd in 1905 bij Blohm en Voss in Hamburg, was een van de bekendste Erikson-schepen. Met een lengte van 114,5 meter en een tonnage van 3.020 BRT rondde zij in 1949 als laatste commerciële zeilschip Kaap Hoorn. Acht jaar later zonk ze tijdens orkaan Carrie bij de Azoren; slechts zes opvarenden overleefden.

Het einde van een tijdperk

Commercieel verdween de windjammer na de Tweede Wereldoorlog vrijwel volledig. Stoomschepen en later motorschepen waren sneller en betrouwbaarder, en met de uitbreiding van bunkerstations wereldwijd verloren windjammers hun laatste economische voordeel. Sommige schepen kregen een tweede leven als opleidingsschip. De Russische Kruzenshtern, oorspronkelijk de Padua van F. Laeisz, vaart nog altijd als trainingsschip en is daarmee een van de weinige zeilende herinneringen aan dit tijdperk.

  • Minstens drie masten, volledig of overwegend dwarsgetuigd
  • Stalen of ijzeren romp (onderscheid met houten klippers)
  • Ingericht op bulklading: graan, nitraten, guano, wol
  • Routes via Kaap Hoorn naar Australië en Zuid-Amerika
  • Kleine bemanning voor lage exploitatiekosten

Bronnen

Lees ook