Ga naar inhoud
Havens

Wat is kustverdediging

Hoe Nederland de zee op afstand houdt

Door Saar Vermeer · Maritiem journalist 2 min lezen

Kustverdediging wordt vaak vereenzelvigd met alleen dijken. Dat klopt niet. Het begrip omvat alle maatregelen die land beschermen tegen overstroming vanuit zee en tegen de geleidelijke afkalving van de kustlijn door golven en stroming. In Nederland gaat het daarbij net zo goed om zand als om beton.

Wat valt er precies onder?

Kustverdediging splitst zich in twee hoofdcategorieën. Harde maatregelen zijn permanente bouwwerken: dijken, strandhoofden, golfbrekers en oeverbeschermingen van basaltblokken. Ze zijn duurzaam maar verplaatsen erosie vaak naar een naastgelegen kustgedeelte in plaats van het probleem op te lossen.

Zachte maatregelen werken met het natuurlijke sedimenttransport mee. Zandsuppletie is veruit de bekendste: speciale baggerschepen, sleephopperzuigers, zuigen zand op van de Noordzeebodem op meer dan 10 kilometer uit de kust en spuiten dat op het strand of vlak voor de kustlijn. Het zand spoelt aan en stuift door naar de duinen. Rijkswaterstaat voert jaarlijks circa 12 miljoen kubieke meter zandsuppletie uit om de basiskustlijn op zijn plek te houden. Die basiskustlijn is vastgelegd in 1990 als het moment waarop suppletiebeleid werd opgestart.

Waarom is dit in Nederland zo urgent?

Ruim 26 procent van Nederland ligt onder de zeespiegel. Zonder actieve kustverdediging zou een storm als die van 1953, waarbij 1.835 mensen omkwamen in Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden, opnieuw kunnen toeslaan. De Deltawerken boden bescherming in de delta, maar de open Noordzeekust van Holland vraagt om een ander antwoord. De zandsuppletiestrategie, aangevuld met duinversterking en de vooroeversuppletie van de Zandmotor bij Kijkduin (aangelegd in 2011, 21 miljoen kuub zand), laat de natuur het verdere transport doen.

Bronnen

Lees ook