Theezetten duurt misschien twee minuten. De thee die u zet, deed er misschien vier maanden over om van China in uw voorraadkast te belanden. En in de 19e eeuw gold: wie de verse oogst als eerste in Europa afleverde, bepaalde de prijs en verdiende een fortuin. Die race om snelheid bracht het clipperschip voort, een van de meest verfijnde zeilschepen die ooit zijn gebouwd.
Wat maakte een clipper anders?
Een clipper was geen scheepstype met vaste afmetingen, maar een ontwerpconcept: snel ten koste van laadvermogen. De romp was smal en scherp, de boeg lang en puntig, en het zeiloppervlak enorm in verhouding tot het schip. De Cutty Sark (gebouwd 1869) was 65 meter lang en 9,7 meter breed, met een zeiloppervlak van circa 3.000 vierkante meter. Drie masten, op de wind afgesteld, dreven dit schip met 17 knopen voort, zo'n 31 kilometer per uur.
Gewone vrachtschepen haalden minder dan vijf knopen. Een klipper voer er dus twee keer zo hard als over de oceaan. Soms sneller: Amerikaanse klippers die via Kaap Hoorn van de Oost- naar de Westkust voeren, bereikten bij gunstige wind 20 knopen.
Welke race maakte de klippers beroemd?
De grote theerace van 1872 staat in de boeken. Op 18 juni 1872 vertrokken de Cutty Sark en de Thermopylae gelijktijdig uit Shanghai, beladen met de nieuwe theeoogst. De Thermopylae arriveerde na 115 dagen in Londen. De Cutty Sark volgde na 122 dagen, vertraagd door een gebroken roer halverwege de route. Zonder die schade had de uitslag anders kunnen zijn.
Eigenaren sloten wedenschappen af, Londense theehandelaars volgden de berichtgeving nauwgezet, en kranten deden verslag als bij een moderne sportcompetitie. Een eerder voorbeeld: de Amerikaanse klipper Oriental deed in 1850 slechts 97 dagen over de reis van Hongkong naar Londen, een record dat jarenlang stond.
Waarom verdwenen de klippers zo snel?
Het antwoord is kort: het Suezkanaal, geopend in 1869, en de stoomvaart. Het kanaal verkortte de route tussen Europa en Azië drastisch, maar was niet geschikt voor zeilschepen die afhankelijk zijn van wind. Stoomschepen konden het kanaal wél gebruiken en waren onafhankelijk van windrichting. Binnen twintig jaar na opening van het kanaal was de commerciële rol van de klipper op de theevaart nagenoeg voorbij.
De klippers schakelden daarna over op de wolhandel met Australië, een route die nog lang onder zeil rendabel bleef. Maar ook daar won stoom uiteindelijk. De Cutty Sark maakte haar laatste commerciële reis in 1895 en staat nu als museumschip in Greenwich, Londen.