Op het hoogtepunt, begin vijftiende eeuw, telde de Hanze zo'n 200 lidsteden. Geen leger, geen centrale regering, geen gemeenschappelijke munt. Toch beheerste dit losse handelsnetwerk ruim twee eeuwen lang de gehele Noord-Europese handel. Van Londen tot Novgorod, van Bergen tot Brugge: wie iets wilde kopen of verkopen, had de Hanze nodig.
Hoe ontstond de Hanze?
Het begon klein. In 1241 sloten Lübeck en Hamburg een verdrag. Lübeck had directe toegang tot de viswateren van de Oostzee; Hamburg beheerde de zoutroutes vanuit Lüneburg. Samen controleerden ze de haringhandel op de markten van Skåne, in het huidige Zweden. Die samenwerking werkte. Andere steden haakten aan. Geleidelijk groeide het netwerk van losse koopliedengilden uit tot een verbond van steden.
De eerste officiële vergadering van de Stedenhanze vond tijdens Pinksteren 1356 plaatst in Lübeck. Daarmee was de organisatie formeel een feit, al had het praktisch al decennia gefunctioneerd.
Welke goederen werden er verhandeld?
De Hanze dreef op bulkgoederen. Zout uit Lüneburg was onmisbaar voor het conserveren van haring en kabeljauw. Hout en teer uit de Baltische gebieden voorzagen scheepsbouwerijen door heel Europa. Graan, laken, bijenwas, dierenhuiden en bier rondden het pakket af. Wijn en luxetextiel stroomden vanuit het zuiden naar het noorden. Lübeck, Danzig, Hamburg en Riga fungeerden als draaischijven.
- Zout (conservering van vis)
- Haring en kabeljauw
- Graan uit de Baltische regio
- Hout, teer en pek voor scheepsbouw
- Laken en wol uit Vlaanderen en Engeland
- Bier (voornamelijk Hamburgs exportbier)
- Bijenwas en dierenhuiden
Hoe werkten de Hanzekantoren?
De Hanze had vier grote buitenlandse kantoren, de zogenoemde Kontoren. In Brugge (later verplaatst naar Antwerpen) bemiddelden Hanzekoopmansen in de Vlaamse lakenhandel. Tyske Bryggen in Bergen gaf toegang tot de Noorse visserij. Het Peterhof in Novgorod leverde bont en was uit Rusland. Het Stalhof in Londen regelde de handel met Engeland. Kooplieden in deze kantoren leefden in gesloten gemeenschappen, met eigen rechtbanken en privileges afgedwongen bij vorsten.
Nederlandse steden in de Hanze
In de Nederlanden waren tientallen steden lid. Zwolle, Deventer en Kampen waren de grootste spelers langs de IJssel. Ook Harderwijk, Elburg, Hattem, Hasselt, Zutphen, Arnhem, Wageningen, Groningen, Lochem, Venlo en Tiel maakten deel uit van het netwerk. Via de IJssel hadden ze toegang tot de Rijn en daarmee tot het Europese achterland.
Waarom viel de Hanze uiteen?
In de loop van de zestiende eeuw verloor de Hanze terrein. De Reformatie zorgde voor intern conflict tussen protestantse en katholieke steden. Nederlandse en Engelse kooplieden ontwikkelden eigen netwerken en omzeilden de Hanzeprivileges. De Tachtigjarige Oorlog verstoorde de handelsroutes. De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) was de genadeklap. De laatste Hanzedag werd gehouden in 1669 in Lübeck, met nog maar negen steden vertegenwoordigd.