Een veelgemaakte fout: kaperschepen worden vaak over één kam geschoren met piratenschepen. Dat klopt niet. Het verschil was juridisch, maar dat maakte het in de praktijk levensreddend. Een kaper voer met officieel papierwerk. Een piraat hing aan de galg als hij gevangen werd genomen.
Kaapvaart was oorlogvoering per volmacht. Regeringen gaven particuliere scheepskapiteins toestemming om vijandelijke schepen aan te vallen, te enteren en hun lading in beslag te nemen. Die toestemming heette een kaperbrief, ook wel commissiebrief of lettre de marque. Zonder dat document was dezelfde actie piraterij.
Veelgestelde vragen
Een kaperschip is een particulier bewapend schip dat in opdracht van een overheid vijandelijke koopvaarders aanvalt. De kapitein had een kaperbrief die hem rechtsbescherming gaf. Zonder die brief gold hij als piraat.
Een kaper had officiële toestemming van zijn overheid en mocht alleen schepen van vijandige naties aanvallen. Een piraat opereerde zonder vergunning en viel iedereen aan, inclusief landgenoten. Bij gevangenneming werd een piraat opgehangen; een kaper genoot in principe krijgsgevangenenstatus.
Een kaperbrief (ook: commissiebrief of lettre de marque) was een officieel document van de Staten-Generaal of een andere soevereine staat. Het document stond de houder toe om in oorlogstijd schepen van de vijand te enteren en hun goederen te confisqueren.
De buit werd verdeeld tussen de staat die de kaperbrief uitschreef, de reder die het schip financierde en de bemanning. De staat ontving doorgaans een vast percentage; de kapitein en matrozen kregen een aandeel naar rang.
De Verenigde Oost-Indische Compagnie hield zich de eerste dertig jaar na haar oprichting in 1602 intensief bezig met kaapvaart. Samen met de West-Indische Compagnie richtte zij grote schade aan Spaanse en Portugese handelsroutes. Kaapvaart was voor de VOC aanvankelijk minstens zo lucratief als reguliere handel.
Piet Hein (1577-1629) was de bekendste Nederlandse kaper. In 1628 wist hij bij de Cubaanse kust de gehele Spaanse Zilvervloot te bemachtigen, een konvooi beladen met Zuid-Amerikaans zilver ter waarde van circa 11,5 miljoen gulden. Het was de enige keer in de geschiedenis dat een volledige Zilvervloot werd veroverd.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) was de kaapvaart in de Nederlanden op zijn hoogtepunt. Zeeuwen, Hollanders en Friezen maakten de Iberische scheepvaart op grote schaal onveilig. Ook in de zeventiende en achttiende eeuw bleef kaapvaart een erkend instrument van de Nederlandse staat.
Kaperschepen waren bewust klein en snel gehouden. Fluiten, sloepen en fregatten van 100 tot 400 ton waren populair, want manoeuvreerbaar en gemakkelijk te bemannen. Ze waren zwaarder bewapend dan een gewone koopvaarder, maar lichter dan een oorlogsschip van de marine.
Met de Verklaring van Parijs van 1856 schafte een groot deel van de Europese grootmachten de kaapvaart af. Het verdrag volgde op de Krimoorlog en maakte kaapvaart formeel illegaal onder internationaal recht. De Verenigde Staten tekenden de verklaring overigens nooit.
De klassieke kaapvaart verdween na 1856. Sommige rechtswetenschappers wijzen op parallellen met moderne huurlingengroepen op zee of door staten gesteunde cyberaanvallen op schepen, maar juridisch gezien bestaat de kaapvaart niet meer.