Ga naar inhoud
Scheepstypen

Hoe werkt een kabellegger

Van kabelcarrousel tot zeebodem: de techniek achter onderzeese verbindingen

Door Kapitein Hendrik de Vries · Oud-kapitein grote handelsvaart 5 min lezen
Kabellegger schip legt een dik elektriciteitskabel over de spiegel van de Noordzee

Eén enkel kabelleggend schip kan tot 900 kilometer zeekabel in één keer meenemen en die met een snelheid van amper 4 à 5 kilometer per uur nauwkeurig op de bodem leggen. Dat is de afstand van Amsterdam naar Rome, strak uitgerold onder water. Kabelleggers zijn daarmee een van de meest gespecialiseerde schepen ter zee, onzichtbaar voor de buitenwereld maar cruciaal voor elke internetverbinding, elk windpark op zee en elk stroomnet dat continenten verbindt.

Wat maakt een kabellegger anders dan een gewoon vrachtschip?

Het meest opvallende aan een kabellegger is de enorme kabelcarrousel. Grote schepen, zoals de Nexans Aurora of de Jan De Nul-schepen, dragen twee carrousels: één op het dek met een capaciteit van circa 5.000 ton kabel en één onderdeks met nog eens 4.000 ton. Die carrousels draaien tijdens het leggen langzaam mee, terwijl de kabel via geleidekatrollen naar het hek loopt.

Gewone vrachtschepen vertrouwen op lading in het ruim en eenvoudige roersystemen. Een kabellegger heeft dat niet. Het schip moet op de meter nauwkeurig een vooraf bepaalde route volgen, ook als er stroming staat of wind aandruk geeft. Daarvoor is een dynamisch positioneringssysteem (DP) aan boord: meerdere boegschroeven, hekschroeven en een geavanceerd navigatiecomputer werken samen om het schip zonder ankers op koers te houden.

Hoe gaat het leggen in zijn werk?

Voordat de kabel het water ingaat, wordt de route uitvoerig gescand. Onderzoekers brengen de zeebodem in kaart: where liggen rotsformaties, scheepsankers of andere kabels? Op basis van die data kiest de projectingenieur de optimale route, waarbij zachte sedimentbodems de voorkeur hebben.

Tijdens het leggen loopt de kabel via zogenoemde tensioners. Dat zijn elektrisch-hydraulische klemrollen die de spanning in de kabel constant houden, ongeacht de diepte of de vaarsnelheid. Te veel spanning betekent kabelbreuk; te weinig spanning en de kabel valt in kronkels op de bodem. In ondiep water, tot zo'n 1.000 meter, wordt de kabel vaak actief ingegraven met een onderwater-ploeg of een waterjet-ingraafvoertuig (ROV). In dieper water legt het schip de kabel los neer en beschermt het die met een betonnen coating of staalmantel.

Welke typen kabels legt zo'n schip?

  • Telecomunicatiekabels (glasvezel): verbinden continenten via datahighways op dieptes tot 8.000 meter.
  • Stroomkabels (HVDC of HVAC): voor onderzee hoogspanning, zoals de NorNed-kabel tussen Noorwegen en Nederland (580 km, 700 MW).
  • Exportkabels voor offshore windparken: verbinden turbineparken met het landnet.
  • Reparatiekabels: kabelleggers repareren ook beschadigde verbindingen door het breukpunt op te vissen en te lassen.

Hoe houdt het schip zijn positie zo precies?

Dynamisch positioneren (DP) is de kern van elke kabellegoperatie. Meerdere GPS-systemen, een Doppler-snelheidslog en soms akoestische transponders op de zeebodem sturen samen het DP-systeem aan. De boordcomputer vergelijkt continu de werkelijke positie met de gewenste route en past de stuwkracht van de schroeven aan. Grote kabelleggers hebben vijf tot zeven schroeven verspreid over de romp, zodat het schip in elke richting kan bewegen zonder te keren.

Bij windparkprojecten op de Noordzee, zoals Hollandse Kust Noord of Dogger Bank, moet de kabellegger ook werken terwijl sleepboten exportkabels aan boord tillen. Die operaties vinden soms in golfhoogten van twee meter plaats. Het DP-systeem compenseert de bewegingen van de deining door de schroeven meerdere keren per seconde bij te sturen.

Wat zijn bekende kabelleggers?

Nederland en België lopen voorop in de kabellegindustrie. Van Oord's kabellegger Calypso heeft een kabelcapaciteit van meer dan 10.000 ton en is speciaal gebouwd voor Europese windparkprojecten. Jan De Nul bestelde in 2023 een nieuw XL-kabellegschip dat naar verwachting de grootste carrouselcapaciteit in zijn klasse krijgt. Wereldspelers als Subsea 7, Prysmian en NKT beschikken elk over een vloot kabelleggers die continu op zee opereren.

Veelgestelde vragen

De legsnelheid ligt doorgaans tussen de 4 en 6 kilometer per uur, afhankelijk van de waterdiepte, de bodemgesteldheid en het kabeltype. Bij het ingraven in ondiep water daalt de snelheid soms naar 1 à 2 kilometer per uur.

Ja. Veel kabelleggers zijn dubbel inzetbaar: ze leggen nieuwe kabels én repareren beschadigde verbindingen. Daarvoor vissen ze het beschadigde stuk op met een onderwaterrobot (ROV) of een grijphaak, snijden de breuk uit en lassen er een nieuw stuk kabel in.

Moderne kabelleggers kunnen kabels leggen op dieptes tot 3.000 meter. Voor ultradiep water, tot circa 8.000 meter voor telecomkabels, worden aangepaste legysteemen en zwaardere mantels gebruikt.

De precisie waarmee moderne kabelleggers opereren is indrukwekkend: met zeven schroeven en een DP-systeem houd je een schip van 130 meter op de centimeter nauwkeurig op koers, ook bij wind kracht 5.

Bronnen

Lees ook