Ga naar inhoud
Geschiedenis

De geschiedenis van de stoomboot

Van experimentele ketels tot wereldwijde scheepvaartrevolutie

Door Marit Jansen · Maritiem historica 4 min lezen
Robert Fultons stoomboot Clermont op de Hudson River in 1807

Op 17 augustus 1807 verliet een rookspuwend vaartuig de kade van New York. Omstanders lachten het uit en noemden het 'Fulton's Folly', Fultons dwaasheid. Dertig uur later meerde het schip af in Albany, 240 kilometer verderop, zonder één vierkante centimeter zeil. De stoomboot had zichzelf bewezen.

Veelgestelde vragen

De Fransman Claude François Jouffroy d'Abbans bouwde in 1783 de Pyroscaphe, de eerste stoomboot die daadwerkelijk voer. De Amerikaan Robert Fulton ontwierp in 1807 de eerste commercieel succesvolle stoomboot, de Clermont, die een reguliere lijnvaart onderhield op de Hudson River.

De Pyroscaphe maakte op 15 juli 1783 een korte demonstratiereis op de Saône bij Lyon. De Clermont van Robert Fulton vertrok op 17 augustus 1807 vanuit New York richting Albany en legde de 240 kilometer af in circa 32 uur.

De Clermont was de eerste stoomboot die op commerciële basis opereerde. Fulton startte op 4 september 1807 een reguliere passagiersdienst tussen New York en Albany. Dat bewees dat stoomkracht economisch haalbaar was, wat de weg vrijmaakte voor stoomvaart wereldwijd.

De Amerikaanse SS Savannah voltooide in 1819 de eerste stoomondersteunde oversteek van de Atlantische Oceaan, van Savannah (Georgia) naar Liverpool. Het schip gebruikte zijn stoommachine slechts een deel van de reis; de rest werd gezeild.

De Britse ingenieur Brunel bouwde in 1843 de SS Great Britain: het eerste grote zeegaande schip met een stalen romp én een schroefaandrijving (in plaats van zijdelingse raderpeddels). Dit ontwerp werd de standaard voor alle moderne schepen.

In de tweede helft van de negentiende eeuw namen stoomschepen definitief de overhand op de grote handelsroutes. De opening van het Suezkanaal in 1869 versnelde dit proces: het kanaal was ongeschikt voor zeilschepen maar ideaal voor stoomvaart.

Een steenkolenvuur verhitte water in een ketel tot stoom. Die stoom dreef een zuiger aan, die via een krukasprinciep de raderpeddels of later de schroef liet draaien. De vroegste machines waren zwaar, hongerig naar brandstof en weinig efficiënt, maar elke generatie werd lichter en zuiniger.

Op rivieren en kanalen was het effect enorm. Stoomschepen konden stroomopwaarts varen zonder menselijke of dierlijke trekkracht. In Nederland zorgde stoomvaart op de grote rivieren vanaf de jaren 1820 voor snellere en goedkopere aanvoer van goederen naar het achterland.

De Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (NSM) zette in 1823 de eerste Nederlandse stoomveerboot in dienst op de route Rotterdam-Antwerpen. Het schip heette de Willem I en bood ruimte aan passagiers en lichte lading.

Charles Parsons demonstreerde zijn stoomturbine in 1897 spectaculair: zijn bootje Turbinia raste met 34 knopen door een vlootparade in Spithead, veel sneller dan welke torpedoboot dan ook. Vanaf 1900 won de stoomturbine terrein op snel varende schepen en marinevaart.

Bronnen

Lees ook