Ga naar inhoud
Geschiedenis

De geschiedenis van de VOC

Hoe zes compagnieën de wereld veranderden

Door Marit Jansen · Maritiem historica 5 min lezen
VOC-schip op volle zee in de zeventiende eeuw

Op 20 maart 1602 verleenden de Staten-Generaal een octrooi aan een nieuw soort onderneming. Zes handelsbedrijven die elk afzonderlijk handel dreven op Azië, fuseerden die dag tot de Vereenigde Oost-Indische Compagnie. De VOC was geboren. Het was meteen de eerste naamloze vennootschap ter wereld, met 1.143 aandeelhouders in Amsterdam alleen al.

Oprichting en octrooi

Vóór 1602 concurreerden meerdere Nederlandse compagnieën elkaar de markt kapot op de routes naar de Indische Oceaan. De Staten-Generaal grepen in. Ze dwongen de zes kamers samen te gaan en gaven de VOC een 21-jarig monopolie op de handel ten oosten van Kaap de Goede Hoop en ten westen van Straat Magelhaen. Dat monopolie was niet alleen commercieel: de compagnie mocht zelfstandig verdragen sluiten, oorlog voeren en forten bouwen. Zo was de VOC tegelijk handelsbedrijf en koloniale macht.

De zes kamers

Historische handelspost Batavia rond 1650

De fusie bestond formeel uit zes kamers, elk verbonden aan een havenstad. Amsterdam domineerde van meet af aan, zowel in stemgewicht als in het aantal uitgeruste schepen. Middelburg volgde op afstand. De overige vier kamers (Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen) leverden een kleiner aandeel in het startkapitaal van 6,4 miljoen gulden.

De zes fuserende compagnieën bij de oprichting van de VOC in 1602
KamerStadAandeel in kapitaal
Kamer AmsterdamAmsterdamgrootste deel
Kamer ZeelandMiddelburgtweede positie
Kamer DelftDelftkleiner aandeel
Kamer RotterdamRotterdamkleiner aandeel
Kamer HoornHoornkleiner aandeel
Kamer EnkhuizenEnkhuizenkleiner aandeel

Batavia als handelsknooppunt

In 1619 veroverde Jan Pieterszoon Coen de havenstad Jayakarta op Java. Hij hernoemde de stad Batavia, het huidige Jakarta. Batavia werd het bestuurlijk en logistiek centrum van de VOC in Azië. Vandaar liepen handelsroutes naar Japan, India, Perzië, Ceylon en de Kaap. Specerijen als peper, nootmuskaat en kruidnagel, maar ook zijde, porselein en koffie vonden hun weg naar de Nederlanden. In het midden van de zeventiende eeuw maakten jaarlijks tientallen schepen de tocht heen en weer; in totaal legde de vloot bijna 5.000 reizen af.

Aandelen en dividend

De VOC was ook financieel vernieuwend. Haar aandelen waren vrij verhandelbaar, wat de Amsterdamse Beurs groot maakte. Aandeelhouders ontvingen in goede tijden een fors dividend, soms 12,5 procent of meer per jaar. In de achttiende eeuw bleef dat percentage op papier bestaan, maar de kas was al lang leeg. Schulden werden afgedekt met nieuwe schulden.

Neergang en ontbinding

De Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) was de doodsteek. De Engelse marine blokkeerde de scheepvaartroutes en nam belangrijke handelsposten over. De schuld van de compagnie liep op tot 120 miljoen gulden. Op 17 maart 1798 nam de staat alle bezittingen en verplichtingen over. Op 31 december 1799 verliep het laatste octrooi. Na 197 jaar hield de VOC op te bestaan.

Veelgestelde vragen

De VOC werd opgericht op 20 maart 1602, toen de Staten-Generaal een octrooi verleenden aan zes gefuseerde handelscompagnieën uit Amsterdam, Middelburg, Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen.

De VOC was de eerste naamloze vennootschap met vrij verhandelbare aandelen ter wereld. Bovendien had ze quasi-staatsmacht: ze mocht oorlog voeren, verdragen sluiten en kolonies besturen, zonder directe controle van de Staten-Generaal.

De VOC raakte door corruptie, dalende handelswinsten en de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) in financiële problemen. De schuld liep op tot 120 miljoen gulden. In 1798 nam de Bataafse Republiek de bezittingen over; op 31 december 1799 werd de compagnie formeel ontbonden.

Bronnen

Lees ook