Ga naar inhoud
Geschiedenis

De ondergang van de Titanic

Hoe het onzinkbare schip in één nacht verdween

Door Marit Jansen · Maritiem historica 4 min lezen
De RMS Titanic vertrekt uit Southampton in april 1912

Hoe kon het grootste schip ter wereld in minder dan drie uur zinken? Op 14 april 1912 om 23.40 uur schraapte de RMS Titanic langs een ijsberg in de Noord-Atlantische Oceaan. Wat volgde, werd de beroemdste scheepsramp uit de geschiedenis.

Een schip dat niemand klein kon krijgen

De Titanic had een lengte van 269 meter en een hoogte van 53 meter van kiel tot stoompijp. Met een bruto tonnage van 46.329 ton was het bij de tewaterlating in 1911 het grootste bewegende object dat ooit door mensenhanden was gebouwd. De White Star Line adverteerde het schip niet letterlijk als 'onzinkbaar', maar de reputatie groeide snel. Dat vertrouwen had fatale gevolgen voor de uitrusting: aan boord waren slechts 20 reddingsboten, goed voor 1.178 plaatsen. Het schip vervoerde ruim 2.200 opvarenden.

De nacht van 14 op 15 april 1912

Reddingsboten van de Titanic op de Noord-Atlantische Oceaan in de nacht van 14 april 1912

Kapitein Edward John Smith had die dag al meerdere ijswaarschuwingen ontvangen van naburige schepen, waaronder het Nederlandse vrachtschip Noordam. Toch voer de Titanic met een snelheid van ongeveer 21 knopen door een zone die bij andere reders al als gevaarlijk gold. De nacht was helder maar maanloos, het water spiegelglad. Juist die omstandigheid maakte het moeilijker om ijsbergen op tijd te zien: de gebruikelijke kabbeling rondom een ijsberg ontbrak.

Uitkijk Frederick Fleet zag de ijsberg pas op het laatste moment en sloeg alarm. De brug stuurde hard bakboord, maar de romp was te groot en de vaart te hoog. De ijsberg schraapte over de stuurboordkant en opende vijf waterdichte compartimenten. Het schip kon maximaal vier compartimenten aan; vijf was fataal.

Drie uur en twintig minuten

Het wrak van de Titanic op de oceaanbodem, 3.800 meter diep

Om 0.05 uur gaf kapitein Smith opdracht de reddingsboten te water te laten. De chaos die volgde, liet zien hoe weinig het personeel op een evacuatie was voorbereid. Veel boten werden half leeg te water gelaten. Vrouwen en kinderen kregen voorrang, maar de procedure was onduidelijk en per dek inconsistent. De eerste klasse had beter toegang tot het bootsdek dan de derde klasse, die via smallere trappen en gangen naar boven moest.

Tussen 2.18 en 2.20 uur knapte de romp van de Titanic in tweeën. De boeg zakte als eerste weg; het achterschip steeg bijna loodrecht omhoog voordat het verdween. De watertemperatuur bedroeg die nacht circa -2 graden Celsius. Mensen die niet in een reddingsboot zaten, overleefden gemiddeld minder dan vijftien minuten in het water.

Wie overleefde en wie niet?

Van de ruim 2.200 opvarenden overleefden 710 mensen de ramp. 1.522 kwamen om het leven. De overlevenden werden opgepikt door de RMS Carpathia, die pas om 4.10 uur ter plaatse was, bijna twee uur na het zinken. Slechts 328 lichamen werden teruggevonden; de rest verdween in de oceaan.

De klasse-ongelijkheid in de overlevingscijfers was schrijnend. Van de eerste-klassereizigsters overleefde 97 procent de ramp; bij vrouwen in de derde klasse was dat 46 procent. Bij mannen in de derde klasse overleefde slechts 16 procent.

Het wrak: 3.800 meter diep

Het wrak van de Titanic werd pas in september 1985 teruggevonden door een Frans-Amerikaans expeditieproject onder leiding van Robert Ballard. Het ligt in twee grote delen op een diepte van 3.800 meter op de bodem van de Atlantische Oceaan. De jaren erna werden duizenden objecten geborgen: van bestek en champagneflesjes tot persoonlijke bezittingen van passagiers. Het schip zelf blijft op de bodem; de maritieme gemeenschap beschouwt het als een zeemansgraf.

Bronnen

Lees ook