Ga naar inhoud
Havens

De rol van Schiphol versus de zeehavens

Lucht of water: hoe Nederland zijn goederen beweegt

Door Saar Vermeer · Maritiem journalist 5 min lezen
Vrachttoestel op het platform van Schiphol Cargo bij zonsopgang

Een Boeing 747-8F landt op de Polderbaan. Het is vroeg in de ochtend, de lichten van het vrachtplatform weerspiegelen op het natte asfalt. De kisten worden gelost: farmaceutische producten uit Singapore, halfgeleiders uit Taiwan, vleeswaren met een houdbaarheidsdatum van morgen. Terwijl deze vlucht taxiet naar de cargo-terminal, vaart er op hetzelfde moment een bulkcarrier van 300 meter door de Nieuwe Waterweg richting Rotterdam. Aan boord: 80.000 ton ijzererts. Twee werelden, één land.

577 miljoen ton over zee, 1,5 miljoen ton door de lucht

De cijfers spreken voor zich. In 2024 verwerkte de Nederlandse zeehavens gezamenlijk 576,7 miljoen ton goederen, waarvan ruim 78 procent via het havengebied Rotterdam liep. Amsterdam volgde op afstand met 14 procent. Schiphol verwerkte datzelfde jaar 1,49 miljoen ton luchtvracht, een stijging van 8 procent ten opzichte van 2023. Dat klinkt bescheiden naast de bulk van de zeehavens, maar de vergelijking is misleidend. Per kilogram vervoerde waarde is luchtvracht doorgaans twintig tot vijftig keer duurder dan zeevracht. Hightech-elektronica wordt op Schiphol afgehandeld voor zo'n 388 dollar per kilogram. Ijzererts in Rotterdam kost een fractie daarvan.

Welke goederen kiezen welke route?

Containerschip vaart de Nieuwe Waterweg in richting Rotterdam

De keuze tussen lucht en zee is geen kwestie van voorkeur, maar van product. Snelheid, houdbaarheid en waardedichtheid bepalen de route. Bederfelijke waren, urgente reserveonderdelen, dure elektronica en geneesmiddelen kiezen de lucht. Ruwe materialen, autobrandstoffen, graan, containers met consumptiegoederen kiezen het water. Nederland heeft deze complementariteit historisch slim benut: Rotterdam is de toegangspoort voor bulkstromen van en naar het Europese achterland, Schiphol fungeert als distributiepunt voor tijdgevoelige en hoogwaardige lading.

De luchtvrachtsector op Schiphol omvat niet alleen de eigenlijke vluchten. Een aanzienlijk deel van de zogenoemde luchtvracht reist in werkelijkheid over de weg, als zogenoemd RFS-verkeer (Road Feeder Service). De vracht wordt in Keulen of Frankfurt geladen op een vrachtwagen en rijdt naar Schiphol voor afhandeling onder een luchtvrachtbrief. Dat maakt de grenzen tussen modaliteiten vloeiend.

Rotterdam en Amsterdam: concurrenten of partners?

Binnen het zeehavenlandschap is de verhouding tussen Rotterdam en Amsterdam soms gespannen geweest. Rotterdam was altijd de dominante speler, met zijn diepe vaargeulen, de Maasvlakte en de grootste containeroverslag van Europa. Amsterdam koos na de jaren negentig steeds explicieter voor andere niches: cacao (werelds grootste overslaghaven voor die grondstof), kolen, olie en passagiersschepen. De fusie met de haven van Zeeland Seaports en later samenwerking met andere Noordzeehavens leidde tot een netwerk in plaats van een rivaliteit.

De zeehavens bewegen de wereld in tonnage, Schiphol beweegt de wereld in waarde. Nederland heeft het geluk dat het beide in huis heeft.

Rapport 'Welvaartsbijdrage van vrachtvluchten op Schiphol', Eerste Kamer der Staten-Generaal, 2019

De waardeketen: wat betekent dit voor de Nederlandse economie?

In 2022 vertegenwoordigde de totale waarde van inkomende luchtvracht via Schiphol 86 miljard euro, de uitgaande vracht 124 miljard euro. Rotterdam genereerde dat jaar een toegevoegde waarde van circa 19 miljard euro direct voor de Nederlandse economie, met indirecte effecten die de 40 miljard euro naderen. Beide systemen zijn onmisbaar, maar op verschillende manieren. Rotterdam is de ruggengraat van de industriële bevoorrading. Schiphol is de slagader voor de kenniseconomie.

Is luchtvracht te vervangen door zeevracht?

Niet zonder pijn. Medicijnen die via Schiphol arriveren hebben een levertijd van uren, niet weken. Dat is voor ziekenhuizen, apotheken en productiebedrijven die net-in-time werken geen luxe maar noodzaak. Pharma Gateway Amsterdam, een samenwerkingsverband op Schiphol, heeft de luchthaven gepositioneerd als toonaangevend knooppunt voor farmaceutische koelketens. De infrastructuur daarvoor, gecertificeerde koelcellen, gespecialiseerde afhandelaars, GDP-gecertificeerde logistiek, heeft zich opgebouwd over tientallen jaren. Die kunnen niet op stel en sprong naar een zeehaven worden verplaatst.

Omgekeerd is zeevracht voor bulkgoederen nauwelijks te vervangen door lucht. De kosten zijn prohibitief. Een ton ijzererts per vliegtuig vervoeren kost al snel honderd keer zoveel als per schip. Voor brandstof, graan of bouwmaterialen is dat economisch ondenkbaar.

Klimaat en de toekomst van modaliteiten

De druk op beide sectoren neemt toe. Zeeschepen moeten voldoen aan strengere uitstootnormen van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO): in 2030 moet de CO2-uitstoot per transporteenheid met 40 procent zijn gedaald ten opzichte van 2008. Schiphol staat onder politieke druk om het aantal vliegbewegingen te beperken. De luchtvrachtsector vreest dat een verlaging van de maximale capaciteit directe gevolgen heeft voor de economische positie van Nederland in de internationale handel in hoogwaardige goederen.

De uitkomst van die discussie raakt niet alleen luchtvaartbedrijven. Exporteurs van snijbloemen, farmaceutische producenten, halfgeleiderfabrikanten en distributiecentra in de Randstad hebben allemaal belang bij een vliegend Schiphol. Tegelijk willen dezelfde regio's schonere lucht en minder geluidsoverlast. De spanning is reëel en wordt de komende jaren niet kleiner.

Bronnen

Lees ook