Ga naar inhoud
Rederijen techniek

Hoe werkt een scheepsmotor

Tweeslag of vierslag, diesel of LNG: de drijvende kracht achter elk schip uitgelegd

Door Saar Vermeer · Maritiem journalist 4 min lezen
Grote tweetakt scheepsdieselmotor in machinekamer van vrachtschip

Er bestaat een hardnekkig misverstand dat een scheepsmotor gewoon een grote vrachtwagendiesel is. Dat klopt niet. De tweetakt-dieselmotor die een containerschip aandrijft draait op 56 toeren per minuut, weegt 2.300 ton en heeft een cilinderdiameter van 950 millimeter. Ter vergelijking: een vrachtwagencilinder meet zo'n 130 millimeter. Scheepsmotoren zijn een apart ingenieursvak.

Veelgestelde vragen

Bij een tweetakt-motor verloopt de verbrandingscyclus in twee slagen van de zuiger: één compressie- en verbrandingsslag, gevolgd door één uitlaatslag. Dat maakt de motor compacter en krachtiger per cilinder, maar technisch complexer. Een viertakt-motor heeft vier slagen (inlaat, compressie, verbranding, uitlaat), vergelijkbaar met een auto- of vrachtwagendiesel, en is geschikter voor middelgrote schepen en snellere vaartuigen.

Tweetakt kruiskopsmotoren drijven een vaste schroef direct aan zonder tussenliggende versnellingsbak, wat het rendement verhoogt. Ze draaien op lage toeren (50 tot 90 rpm), zijn direct omkeerbaar voor achteruitvaren, en kunnen zware stookolie (HFO) verbranden. Voor grote containerschepen met een vermogen van 50.000 tot 84.000 kW is er geen praktisch alternatief.

HFO staat voor Heavy Fuel Oil, ook wel stookolie of bunkerollie genoemd. Het is een restproduct van de olieraffinaderij, goedkoper dan gewone scheepsdiesel (MGO) en beschikbaar in elke grote haven. Grote tweetaktmotoren zijn gebouwd om HFO te verbranden, wat direct brandstofkosten scheelt. Nadeel: HFO bevat veel zwavel en vergt voorverwarming tot circa 140 graden Celsius voor verpomping.

Een dual-fuel motor kan zowel LNG (vloeibaar aardgas) als vloeibare brandstof verbranden. Fabrikanten als Wärtsilä en MAN Diesel & Turbo bieden deze motoren aan voor reders die op emissiegevoelige routes varen. In emissiebeheerste gebieden (ECA-zones) schakelt het systeem over op LNG; op open zee kan het schip met goedkopere HFO of MGO varen.

De Wärtsilä-Sulzer RTA96-C, gebouwd door MAN B&W, geldt als de krachtigste dieselmotor ooit gebouwd. De 14-cilinder versie levert 114.800 pk (84.420 kW) bij 56 toeren per minuut en weegt 2.300 ton. De cilinders hebben een boring van 960 mm met een zuigerslag van 2.500 mm.

Op grote zeeschepen drijft de tweetaktmotor de schroefas direct aan, zonder versnellingsbak. Op middelgrote schepen met viertaktmotoren zit er een keerkoppeling en reductiebak tussen motor en schroef. De schroef zet het roterende vermogen om in stuwkracht: bij een containerschip heeft de schroef een diameter van 8 tot 10 meter.

Scheepsmotoren gebruiken een gesloten zoetwaterkringloop voor motorkoeling en een apart zeewatersysteem als warmtewisselaar. Het koelwater circuleert door de cilinderwanden, kleppenkoppen en turbolader. Zeewater koelt het zoetwatercircuit via een kielinkoeler of boxkoelinrichting. De warmte wordt gedeeltelijk teruggewonnen voor brandstofvoorverwarming en opwarmwater aan boord.

Grote tweetakt-hoofdmotoren kennen een vast onderhoudsschema op basis van draaiuren. Een kleine inspectie vindt plaats elke 1.000 draaiuren; een grote revisie met decouverte (uitnemen) van zuigers vindt elke 12.000 tot 16.000 draaiuur plaats. Kleinere viertaktmotoren (hulpmotoren, generatoren) worden vaker onderhouden, doorgaans elke 500 tot 2.000 uur.

Een turbolader comprimt de inlaatlucht voordat die de cilinder in gaat, waardoor de motor meer brandstof kan verbranden en meer vermogen levert. Vrijwel alle moderne scheepsdiesels zijn turbogekoppeld. Bij tweetaktmotoren zijn de turbolaadgroepen soms zo groot dat ze afzonderlijk op het fundament staan en eigen oliesystemen hebben.

Ja. Methanol als scheepsbrandstof is in opmars; MAN B&W levert al dual-fuel motoren die methanol en conventionele brandstof combineren. Ammoniak staat nog in de ontwikkelingsfase vanwege toxiciteitsproblemen. De International Maritime Organization (IMO) streeft naar nul-emissie scheepvaart in 2050, waardoor alternatieve brandstoffen steeds belangrijker worden.

Bronnen

Lees ook