Een platbodem is een schip waarbij de onderkant van de romp vlak of nagenoeg vlak is, zonder een uitstekende kiel. In de Nederlandse scheepvaarttraditie worden met 'platbodem' vooral de historische zeilvaartuigen bedoeld die geen of nauwelijks kiel hebben en daardoor in zeer ondiep water kunnen varen.
Weinig diepgang als grootste voordeel
De platte bodem zorgt ervoor dat een schip slechts weinig water nodig heeft om te blijven drijven. Dat was cruciaal in de ondiepe Hollandse polderwateren, veenrivieren en de Zuiderzee. Een tjalk, een van de bekendste platbodemtypen, had bij volle lading een diepgang van slechts 1,2 tot 1,5 meter. Moderne zeegaande vrachtschepen zakken 10 tot 14 meter diep in het water. Het verschil tekent de functie.
Omdat een platbodem geen kiel heeft om laterale drift te weerstaan, werden zijzwaarden toegepast: platen die aan de zij van het schip omlaag worden gelaten. Die geven net genoeg weerstand om bij het zeilen niet weg te drijven. Bij laagwater kunnen platbodems droogvallen op een zandbank of slik, zonder gevaar voor kanteling of schade aan de romp.
Bekende platbodemtypen
Platbodems vandaag: erfgoed en recreatie
De Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten (SSRP) beheert in Nederland ruim 2.000 historische vaartuigen van dit type. Veel platbodems varen nog actief als charterboot of privéjacht. Zeilen op een tjalk of botter geeft een directe verbinding met de maritieme geschiedenis van de Lage Landen, toen dit scheepstype de backbone vormde van de binnenlandse goederenhandel.