Een groot containerschip glijdt de Rotterdamse Maasvlakte binnen. Geen zwarte rookpluim boven de schoorsteen, geen zwavelgeur in de havenlucht. Aan de Calandkanaalzijde staat een bunkerboot klaar met een gekoelde slang. Het schip tankt LNG: vloeibaar aardgas dat de scheepvaart stap voor stap van haar zwaarste milieulasten bevrijdt.
LNG: aardgas in vloeibare vorm
LNG staat voor Liquefied Natural Gas, vloeibaar aardgas. Door aardgas te koelen tot -162 graden Celsius krimpt het volume tot minder dan 0,2 procent van de gasvormige toestand. Dat maakt transport en opslag aan boord haalbaar. Zonder die condensatie zou een LNG-schip een gasvormige brandstoftank van onhanteerbare omvang meedragen.
De brandstof bestaat voor meer dan 90 procent uit methaan. Dat is het lichtste en schoonste van de fossiele koolwaterstoffen. Verbranding levert minder fijnstof, minder zwaveldioxide en minder stikstofoxiden op dan de zware stookolie (HFO) die de meeste zeevaartschepen traditioneel gebruiken.
Hoe werkt een LNG-motor aan boord
De meeste nieuwbouwschepen die op LNG varen, gebruiken een dual-fuel motor. Die kan zowel op LNG als op dieselolie draaien, afhankelijk van beschikbaarheid en prijs. Bij LNG-gebruik verdampt de brandstof eerst vanuit de cryogene opslagtank, waarna het gas in de verbrandingskamers ingebracht wordt. Een kleine hoeveelheid dieselolie dient als ontsteking, want aardgas heeft geen zelfontbrandingstemperatuur die laag genoeg is voor compressieontsteking.
De opslagtanks aan boord zijn geïsoleerde, dubbelwandige vaten van geavanceerd staal. Warmtelek is de grootste uitdaging: ook in stilliggende toestand verdampt een kleine hoeveelheid LNG voortdurend (boil-off gas). Moderne schepen hergebruiken dat boil-off gas direct als brandstof, waardoor verlies minimaal is.
Emissies: wat verbetert er concreet
De milieuwinst ten opzichte van HFO is meetbaar. Zwaveloxide-uitstoot daalt naar nagenoeg nul, wat relevant is nu de IMO de mondiale zwavellimiet in 2020 terugbracht naar 0,5 procent. In Emission Control Areas (ECA's) langs de Europese kusten geldt zelfs 0,1 procent. LNG voldoet van nature aan beide normen, zonder ontzwavelingsinstallatie.
- SOx-uitstoot: praktisch nul (HFO bevat tot 3,5% zwavel)
- NOx-reductie: circa 85 procent ten opzichte van dieselmotoren
- CO2-reductie: tot 25 procent bij volledige LNG-verbranding
- Fijnstof: sterk verminderd, geen roetdeeltjes
- Methaan-slip: punt van aandacht bij verouderde motortypes
Methaan-slip, het ongeverbrande methaan dat via het uitlaatgas ontsnapt, is een aandachtspunt. Methaan is als broeikasgas circa 80 keer krachtiger dan CO2 op een tijdshorizon van 20 jaar. Nieuwere dual-fuel motoren hebben dit probleem echter sterk teruggedrongen.
Bunkering en infrastructuur
Bunkering van LNG kan op drie manieren: via een vaste katernsteiger (Ship-to-Ship), met een bunkerschip naast het afgemeerde zeeschip (truck-to-ship), of direct per tankwagen aan de kade. In 2025 bieden wereldwijd 235 havens een of meerdere van deze opties. Rotterdam, Singapore en de grote Noord-Europese containerhavens hebben permanente LNG-bunkerinfrastructuur. De beschikbaarheid is daarmee aanzienlijk verbeterd vergeleken met tien jaar geleden, al blijft het netwerk dunner dan dat van traditionele olieproducten.
Welke rederijen kozen al voor LNG
Meer dan tien grote rederijen en cruisemaatschappijen zetten LNG-aangedreven schepen in. AIDA Cruises, MSC Cruises en Royal Caribbean bestelden grote cruiseschepen op LNG. CMA CGM vaart met containerreuzen als de CMA CGM Jacques Saadé (23.000 TEU) op LNG. In de binnenvaart legt het Nederlandse netwerk van LNG-installaties de basis voor groeiende binnenvaartschepen die eveneens overstappen.
LNG als tussenstap naar waterstof en ammoniak
De maritieme sector ziet LNG niet als eindpunt maar als brug. De koeltechnologie en dual-fuel ervaring die rederijen met LNG opdoen, is direct toepasbaar voor vloeibare waterstof (LH2) en ammoniak. Beide brandstofdragers vereisen cryogene opslag of drukopslag aan boord. Wie nu investeert in LNG-techniek, bouwt kennis op die straks herkalibreerbaar is naar emissievrije brandstoffen. De IGF-code van de IMO regelt de veiligheid van gasvormige brandstoffen aan boord; die wordt ook de basis voor toekomstige alternatieven.