Het is vroeg in de ochtend op de Nieuwe Waterweg. Een dikke mistbank trekt over het water en perkt het zicht terug tot minder dan 200 meter. De kapitein van een binnenvaartschip weet precies wat hem te doen staat: snelheid omlaag, radar aan, marifoon op kanaal 10, mistsein klaar. Varen in mist is nooit verboden, maar het stelt hoge eisen aan voorbereiding en kennis van de geldende regels.
Pas uw snelheid aan het zicht aan
De belangrijkste basisregel is simpel: rij zo langzaam dat u tijdig kunt stoppen voor een obstakel dat zichtbaar wordt. Op de meeste rijkswateren, waaronder rivieren, kanalen en grote meren, geldt het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) of het Rijnvaartpolitiereglement (RPR). Beide schrijven voor dat u de snelheid aanpast aan het beperkte zicht, maar ook aan de aanwezigheid van andere schepen in de buurt.
Slecht zicht wordt in de vaartregels gedefinieerd als een zicht van minder dan 1000 meter op de hoofdvaarwegen en minder dan 400 meter op overige vaarwegen. Zodra het zicht onder die grens zakt, treden de mistbepalingen in werking. Wacht niet tot het bijna nul is: anticipeer vroegtijdig.
Geef de juiste mistseinen
Een schip groter dan 20 meter is verplicht een mistsein te geven bij beperkt zicht. Het standaard mistsein is één lange stoot, met tussenpozen van ten hoogste één minuut. Dit is zowel op zee (COLREG Regel 35) als in de binnenvaart (BPR) verplicht. Kleinere vaartuigen geven eveneens geluidsseinen, maar de precieze verplichting hangt af van de lengte van het vaartuig en de vaarweg.
Op het water klinkt geluid anders dan aan de wal: het weerkaatst op wateroppervlak en oevers, waardoor de richting moeilijk te bepalen is. Vertrouw niet uitsluitend op gehoor. Mistseinen zijn een signaal van aanwezigheid, geen navigatiehulpmiddel.
Radar en marifoon zijn onmisbaar
Op vaarwegen waar radar verplicht is bij beperkt zicht, moet het schip zijn uitgerust met een goedgekeurde radarinstallatie en moet de schipper beschikken over een radarpatent. Bovendien is een tweede persoon aan boord vereist die voldoende kennis heeft van de vaarregels om te assisteren bij de uitkijk.
Een marifoon aan boord is in deze omstandigheden eveneens verplicht. Via de marifoon maakt u uw aanwezigheid kenbaar en spreekt u, indien nodig, manoeuvres af met naderende schepen. Op de Rijn geldt kanaal 10 als operationeel kanaal voor de scheepvaart; op andere rijkswateren geldt veelal kanaal 67 of een regionale toewijzing.
Zet een uitkijk op de boeg
Naast radar is een menselijke uitkijk op de boeg verplicht voor schepen boven 20 meter. Deze uitkijk let op geluiden, lichten en drijvende objecten die de radar mogelijk mist, zoals kleine houten bootjes of drijfhout. Houd via marifoon of intercom voortdurend contact met de brug.
| Scheepstype | Mistsein | Radar verplicht | Uitkijk boeg |
|---|---|---|---|
| Zeeschip >20 m | Ja, COLREG Regel 35 | Ja (op aangewezen routes) | Ja |
| Binnenvaartschip >20 m | Ja, BPR/RPR | Ja (op aangewezen vaarwegen) | Ja |
| Recreatievaartuig <20 m | Ja, ander sein | Aanbevolen | Aanbevolen |
| Roeivaartuig / kano | Geluidsein aanbevolen | Niet verplicht | Niet van toepassing |
Ankerliggen als alternatief
Wanneer de omstandigheden te gevaarlijk worden, is ankeren of afmeren aan de wal altijd een legitieme keuze. Een vertraagde aankomst is beter dan een aanvaring. Als u ankert, toont u het voorgeschreven ankerseinteken (zwarte bol overdag, wit ankerlicht 's nachts) en geeft u in mist elk minuut een kloksein of een ankerseinsein van ten minste vijf slagen.