Ga naar inhoud
Havens

Wat is een getijdenhaven

Hoe getij, havenbouw en ingenieurskunst door de eeuwen heen samenkwamen

Door Saar Vermeer · Maritiem journalist 6 min lezen
Getijdenhaven bij laagwater met drooggevallen kade en aangemeerde vissersboot

Veel mensen denken dat een getijdenhaven simpelweg een haven aan zee is. Dat klopt niet. Alle havens aan open zeewater hebben te maken met getij, maar een getijdenhaven is specifiek een haven zonder sluisdeuren waarbij het waterpeil meestijgt en -daalt met de zee. Het verschil lijkt klein, maar heeft grote gevolgen voor hoe een haven gebouwd en gebruikt wordt.

Wat bepaalt precies of een haven een getijdenhaven is?

Een getijdenhaven heeft geen vast waterpeil. Het niveau hangt direct af van het getij: de periodieke stijging en daling van de zeespiegel die wordt veroorzaakt door de aantrekkingskracht van de maan en, in mindere mate, de zon. Bij Vlissingen bedraagt het gemiddelde getijverschil ruim 382 centimeter tussen laag- en hoogwater. Schepen die er aanmeren, zakken bij eb mee naar beneden. De trossen moeten lang genoeg zijn om dit verschil op te vangen.

In een gesloten dok of insteekhaven regelen sluisdeuren het waterpeil onafhankelijk van de zee. Schepen liggen er altijd op dezelfde hoogte. In een getijdenhaven ontbreekt die buffer. Sommige van zulke havens vallen bij laagwater zelfs volledig droog, zoals de vluchthaven van Noordpolderzijl in Groningen en de kleine haven van Paal aan de Schelde in Zeeuws-Vlaanderen.

Hoe ontstonden de eerste getijdenhavens in Nederland?

Luchtfoto van een getijdenhaven aan de Westerschelde bij hoogwater

De vroegste Nederlandse havenplaatsen lagen langs estuaria en getijdenrivieren. Dat was geen toeval. Getijden leverden gratis kracht. Schepen konden bij vloed binnenvaren zonder te roeien of te slepen, en bij eb vertrekken met de stroom mee. Middeleeuwse handelssteden als Dordrecht, Middelburg en Harlingen bouwden hun eerste kades recht aan het open water, zonder kunstmatige peilregeling.

Naarmate schepen groter werden, ontstond een probleem. Een kogge uit de dertiende eeuw stak misschien anderhalf meter diep; een fluit uit de zeventiende eeuw al drie meter of meer. Bij laagwater in ondiepe getijdenhavens liepen zware koopvaarders vast op de bodem. De oplossing was graven: diepere toegangsgeulen, bredere havenbekkens en, later, de introductie van sluizen.

Wanneer verschenen sluizen en gesloten dokken?

In 1614 werd de Dokhaven van Vlissingen in gebruik genomen. Om deze haven aan te leggen werd een nieuwe verbinding met de Westerschelde gegraven, waarbij een bestaand stadskanaal als basis diende en een sluis werd ingebouwd. Dit was een vroeg voorbeeld van een overgang: een getijdenhaven die geleidelijk werd omgebouwd naar een meer gecontroleerde situatie.

Elders in Europa gingen Engelse en Franse ingenieurs nog verder. In Liverpool werden tussen 1710 en 1715 de eerste commerciële droogdokken ter wereld aangelegd, met sluisdeuren die het waterpeil stabiel hielden. Dit concept verspreidde zich snel. Havens die modern en concurrerend wilden blijven, investeerden in sluizen. Getijdenhavens zonder peilbeheersing werden geschikt voor kleinere vaartuigen, vissersboten en recreatievaart.

  1. ca. 1200 Middeleeuwse getijdenhavens

    Handelssteden als Dordrecht en Middelburg leggen de eerste kades recht aan het open getijdenwater aan.

  2. 1614 Dokhaven Vlissingen

    De Dokhaven van Vlissingen wordt in gebruik genomen, met een nieuwe sluisverbinding naar de Westerschelde.

  3. 1715 Liverpool

    De eerste commerciële gesloten dokken ter wereld worden in Liverpool aangelegd; het principe verspreidt zich snel naar continentale havens.

  4. 19e eeuw Industrialisering

    Stoomschepen vragen grotere diepgang en vaste waterpeilen. In heel Europa worden getijdenhavens uitgebreid met sluissystemen.

  5. heden Moderne getijdenhavens

    Havens als Harlingen en gedeelten van Terneuzen en Vlissingen blijven als getijdenhaven functioneren, naast gesloten zeesluizen elders in het havengebied.

Welke rol spelen getijdenhavens vandaag de dag?

Grote zeehavens als Rotterdam en Antwerpen hebben hun getijdenbekkens decennialang uitgebreid met gesloten dokken. Toch zijn er nog altijd echte getijdenhavens in gebruik. Aan de Westerschelde varenwegen naar Terneuzen en Vlissingen open water zonder sluis. Ook Harlingen, vanouds de 'zeehaven van Friesland', kent gedeelten waar het getij vrij spel heeft.

Voor de zeevaart stelt een getijdenhaven specifieke eisen aan de planning. Schepen met grote diepgang mogen alleen bij hoogwater binnenlopen. Kapiteins en loodsplanners werken met getijdetafels om dit nauwkeurig te timen. Elk jaar opnieuw publiceren Rijkswaterstaat en de Vlaamse waterwegenautoriteiten de officiële getijdetabellen waarop de havens zich baseren.

Wat zijn de voor- en nadelen van een open getijdenhaven?

Een getijdenhaven is relatief goedkoop in aanleg en onderhoud: er zijn geen sluisdeuren nodig, geen sluiskosten en geen wachttijden voor kleinere vaartuigen. Aan de kust biedt open toegang snel laden en lossen zonder sluisagenda.

De keerzijde is afhankelijkheid van het tijdschema. Zware vrachtschepen kunnen bij laagwater niet in- of uitvaren. Kade-installaties moeten bestand zijn tegen fluctuerende waterpeilen, en ankertouwen en meertouwen vereisen regelmatige controle. In havens die bij laag water droogvallen, is het aanmeren van boten zelfs tijdelijk onmogelijk.

Veelgestelde vragen

In een getijdenhaven stijgt en daalt het waterpeil mee met de zee. In een gesloten dok houden sluisdeuren het peil constant, ongeacht het getij buiten.

Nederland heeft weinig havens die volledig droogvallen. Bekende voorbeelden zijn de vluchthaven van Noordpolderzijl in Groningen en de haven van Paal aan de Schelde in Zeeuws-Vlaanderen.

Schepen met grote diepgang mogen alleen bij voldoende hoog water binnenvaren. Kapiteins en loodsen plannen dit aan de hand van officiële getijdetabellen van Rijkswaterstaat.

Bronnen

Lees ook